zondag 26 juni 2022

OVER HET WERK VAN BERT SCHOLTEN, EEN HEDENDAAGSE VERHALENVERTELLER
















 









I.


Theater is te veel een rol. Opvoering is te klassiek. Happening heeft te veel met oproer te maken. Flashmob is te irritant. Presentatie is te formeel. Performance komt het meest dichtbij, maar is te kunst-achtig.

 

Dit zegt Bert Scholten als je hem naar het karakter van zijn werk vraagt.1) En niet alleen de kunstenaar kan dit karakter niet direct benoemen. Bij het bekijken en beluisteren van zijn werk, dat meestal verschillende soorten kunst met elkaar vermengt, kunnen we niet meteen zeggen wat we zojuist hebben meegemaakt. Zo’n ervaring is soms op zich al bijzonder, maar de belevenis van het werk kan zich verdiepen als we ons in de werkwijzen en doelen van de kunstenaar inleven. Daarom zal hier de ontwikkeling van Bert als kunstenaar en het verloop van zijn werk besproken worden, waardoor ook inzichtelijk wordt hoe het nieuwe werk, dat nu in Galerie Block C getoond wordt, in zijn oeuvre past.

 

Bert gebruikt aspecten van muziek, theater, grafische vormgeving en beeldende kunst en dat hij hiertoe in staat is, heeft onder andere met zijn artistieke ontwikkeling te maken. Het centrum hiervan is de muziek die hij van huis uit meekreeg en later in het openbaar ging beoefenen. Hij begon met drummen, het bespelen van de vibrafoon en zingen. Hier is een beeldend component bijgekomen, omdat Bert als grafische vormgever is opgeleid en tot op heden in de ritmes van letters en in structuren geïnteresseerd is. Op Academie Minerva (Groningen), waar hij op de autonome afdeling studeerde, koos hij zijn eigen pad door zijn muzikale en beeldende belangstellingen aan elkaar te koppelen. Hij ging muzikale samenwerkingen aan en richtte experimentele muziekgroepen op, waarvoor hij posters ontwierp en cd-r’s met zelfgemaakte hoezen uitgaf. Zijn beeldende interesse werkte hij ook uit in animaties, waarin hij zich aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent had bekwaamd. Deze animaties zijn vertellend en geven blijk van het zorgvuldig observeren van het gedrag van mensen.

                  

Terwijl hij aan de academie studeerde, werkte Bert bij het poppodium Vera en het daarmee verbonden collectief van ontwerpers/kunstenaars Owsum (Groningen). Bij Vera maakte hij muziekposters en leerde hij veel over de praktijk van het handmatig ontwerpen. Omdat het vooral de muziek was die beide instellingen met elkaar verbond, werd Bert opgenomen in de wereld van de pop-, noise- en experimentele muziek en de daaraan gerelateerde beeldende kunst. Hij raakte ook betrokken bij de galerie van Owsum en functioneerde als medeorganisator en decorontwerper bij experimentele concerten, waarvan het Scenery Festival (2010) het toppunt was. 

                  

Tot 2015 maakte hij deel uit van de band Earth Control, maar tijdens het Incubate Festival (Tilburg 2015) ging hij onder zijn eigen naam optreden met ‘figuratieve popmuziek’, waarin het leven van de bezongen personages het figuratieve deel vormde. Zingzeggend en begeleid door zijn eigen elektronische muziek, bracht Bert hier zijn empathische, maar ook licht ironische observaties van mensen en gebeurtenissen in het dagelijks leven ten gehore. De bewegingen van zijn stem en de ritmische, soms schrille muziek ondersteunen of overtreffen elkaar, waarbij het verhaal soms op de voorgrond treedt en soms in de gecompliceerde geluiden opgaat. Tussen het alledaagse dook er plotseling een historische figuur op, namelijk Étienne de Silhouette die in de 18de eeuw tevergeefs het Franse belastingsysteem trachtte te hervormen. Toen hij als minister van financiën ontslagen werd, omdat hij geen rekening hield met de privileges van de rijken, kreeg hij als enige troost een sympathiserende brief van Jean Jacques Rousseau. Vervolgens wijdde hij zich aan het maken van silhouetten, een kniptechniek die naar hem vernoemd is.












                  





















II.



Bert besefte nu dat hij door de werkelijkheid met fantasie te vermengen, specifieke werken kon maken en merkte dat anderen dit ook waarderen. In 2016 kreeg hij de Hendrik de Vriesstipendium (Groningen) ter gelegenheid waarvan hij zijn lied over De Silhouette, dat hij uitgebreid had, weer opvoerde. Ditmaal was een houten object, dat de brief van Rousseau voorstelde, onderdeel van de performance. De geabstraheerde woorden van de brief werden tijdens het optreden door Bert gemanipuleerd, waardoor hij dit element van het lied extra benadrukte.2) De jury waardeerde zijn engagement, zijn speelse en ironische werkwijze en keek uit naar de verdere ontwikkeling van zijn eigenzinnig werk.3)

                  

De vondst van De Silhouette bleek belangrijk en zorgde ervoor dat Bert zijn alledaagse onderwerpen met historische gegevens kon verbinden. Hij richtte zich vervolgens op markante personages uit het recente en historische verleden van Noord-Nederland. In 2018 deed hij met het project ‘Verhelder’ mee aan de kunstmanifestatie Marker (Groningen). Hier stelde hij noordelijke personages centraal, zoals straatzanger Jan de Roos, de historicus Johan Huizinga, de industrieel Willem Albert Scholten en het Meisje van Yde, een Drents veenlijk. Gedurende de manifestatie trad hij zelf op met voorgelezen teksten en werkte ook samen met onder andere, dove en slechthorende studenten en met tieners. Doorfantaserend op werkelijke gebeurtenissen werden zo verschillende theatrale vormen gerealiseerd. 



                  

























III.



Toen hij zijn werk ging verbreden, begon Bert meer te reflecteren over de samenhang van zijn performances en de plaatsen waar hij ze opvoerde. Hij begreep dat de verscheidenheid van zijn werk een kwaliteit was die hij moest behouden, maar wilde alles op een mooiere en meer vanzelfsprekende manier bijeenbrengen dan eerst het geval was. Hij vroeg zich af of zijn werk in een galerie of in de publieke ruimte moest worden opgevoerd, wat het verschil tussen beide locaties was en welke invloed de instituten uitoefenden, waarmee hij samenwerkte. Daarnaast had hij ook vragen over de manier van documenteren en wat het echte kunstwerk eigenlijk was: de tijdelijke performance of de blijvende documentatie ervan? Om antwoorden te verkrijgen en zich verder te ontwikkelen, meldde hij zich aan bij de Rijksakademie (Amsterdam), waar hij werd aangenomen en gedurende 2018 en 2019 verbleef.4)

                  

Tijdens zijn residentie aan de Rijksakademie, publiceerde hij de podcast ‘Niks was minder waar’ (2018) voor de VPRO en bracht een LP uit met de titel ‘Fysieke Biografieën’ 2019.5) In deze audiowerken ontleende Bert materiaal aan de geschiedenis, berichten uit lokale kranten, twitter en interviews om liederen te maken over markante personages, mensentypes en verschillende streken in Noord-Nederland. Hiervoor gebruikte hij meerdere genres teksten, zoals de autobiografie, de voordracht, de monoloog en de opsomming. In deze audiowerken moduleerde hij zijn stem naar de genres van de teksten en naar de personages wiens rol hij zingend/vertellend aannam. De bijzondere klanken van zijn muziek die zijn stem soms begeleiden, dan weer overstemmen, zorgen voor een losse samenhang, waardoor zijn liederen fris overkomen. Hoewel Bert al eerder in de geschiedenis van de noordelijke provincies geïnteresseerd was – hij komt zelf uit Drenthe – kreeg hij nu ook meer aandacht voor bepaalde streken met hun eigen taal, tradities en gebruiken die hij in zijn performances met recente gebeurtenissen verbond. 

                 

Op de Rijksakademie had hij veel aan adviseurs uit zeer verschillende disciplines die hem hielpen om meer kennis te verkrijgen van taal, manieren van vertellen, het theatrale en de kracht van lokale geschiedenissen. Hij voelde zich thuis tussen gelijkgezinden en realiseerde zich dat hij als kunstenaar een dubbele rol speelde door zowel outsider als insider te zijn in de maatschappij, waarbij zijn eigen initiatieven als kunstenaar telkens in balans moesten worden gebracht met de ‘gunsten’ van de instituten. 


In 2019 nam Bert deel aan de Rijksakademie Open met een performance, waarin hij zijn engagement aan zijn interesse voor lokale geschiedenissen paarde. Hij hield zich al een poos bezig met de protesten tegen het windmolenpark dat in het Drentse Mondengebied verrijst.6) Dit is een gebied waar de veengronden eeuwenlang zijn afgegraven, toen turf nog als brandstof werd gebruikt. In de turfwinning was Bert ook al langer geïnteresseerd, getuige de nummers op zijn LP: ‘Bank-Dreugerswallen’ (waarin hij oude termen van het turfsteken, opsomde) en het moordlied ‘Mina Koes’. Na de krantenberichten gelezen te hebben over de hevigheid van de protesten tegen de windmolens, ging hij daar mensen interviewen en besefte dat de protesten niet alleen over de tegenwoordige windmolens gingen, maar ook met de tijd van de veenkoloniën te maken hadden, toen het klassenverschil tussen de rijke landeigenaren en de van hen afhankelijke, arme arbeiders zeer groot was. Ook nu werden de landeigenaren bevoordeeld, omdat zij veel geld verdienden aan het plaatsen van de molens op hun grond. De armere inwoners hadden geen directe baat bij de molens, maar kregen wel met de nadelen te maken, zoals het constante, lage bromgeluid van de wieken en de flinke slagschaduw bij zonnig weer. De eigenlijke reden van de protesten leek dus het onrecht te zijn dat onbewust uit het verleden naar boven was gekomen op het moment dat mensen zich weer achtergesteld en machteloos voelden. 

                  

In de tijd dat hij materiaal over de protesten verzamelde, was Bert ook op zoek naar informatie over de mondelinge overlevering van verhalen via liederen uit de tijd dat nog weinig mensen konden lezen.7) Hij kwam erachter dat een oud lied over een roverhoofdman, waarin tegenstellingen tussen mensen bezongen werden, zich in het Mondengebied afspeelde en dat het lied in verschillende lengtes was overgeleverd. In het dorp 2de Exloërmond, waar het lied de meeste strofes had, liet Bert het aan inwoners lezen en vroeg naar een verklaring van de ongewone lengte ervan. Niemand kende het lied. Wel reageerden ze erop met het woord ‘strijdbaar’, met verhalen over de godsdienstige verdeeldheid in het dorp en over de verschillen tussen arm en rijk ten tijde van de turfwinning. Bij de Open Studios voerde Bert vervolgens een performance uit die hij het ‘Lied van de ingeslikte woorden’ noemde. Hierin verwerkte hij echo’s uit het verleden die zowel bij het lezen van het lied over de roverhoofdman als tijdens de protesten tegen de windmolens naar boven waren gekomen. Op deze wijze ontstond een nieuw protestlied, waarin strijdbaarheid met onmacht werd verweven.


De manier van informatie verzamelen die hiervoor beschreven is, past Bert bij elk van zijn projecten toe, waarbij hij contact zoekt met de mensen wiens verhalen hij verwerkt. Dit lukt het beste als hij wat langer op een plaats of in een streek kan verblijven en in 2020 kreeg hij hier een kans voor. Hij werd uitgenodigd door de cultuurinstelling het resort die in Groningen residenties aanbiedt aan kunstenaars die met lokale geschiedenissen willen werken.8) Vanwege zijn interesse in de veenkoloniën, koos Bert voor een residentie in Pekela (Oost-Groningen). Deze gemeente bestaat uit drie lintdorpen langs een kanaal, ooit gegraven voor het vervoer van turf en bekend geworden om de vele strokartonfabrieken die er vanaf de tweede helft van 19de eeuw tot het begin 20ste eeuw gevestigd waren. Door veel Nederlanders wordt dit als een cultureel onderontwikkeld gebied beschouwd, maar vanwege zijn kennis van de turfwinning vermoedde Bert dat hij hier interessante dingen kon vinden.










                  























IV.



Voor het project ‘Nat Karton’ verbleef hij een maand op een camping park in Oude Pekela. Geregeld liep hij door de dorpen, luisterde naar en sprak met mensen over hun taal, gewoontes en herinneringen. Daarnaast werkte hij enkele dagen in een oude strokartonfabriek, waar demonstraties van deze industrie worden gegeven. Oorspronkelijk wilde hij in Pekela een nieuwe performance opvoeren, maar Covid trok een streep door zijn rekening. Omdat hij de Pekelders, zoals de inwoners heten, iets wilde teruggeven 

voor de mooie manier waarop zij hem hadden ontvangen, maakte hij een krant voor hen. Hierin liet hij zijn tekeningen van Pekela vergezeld gaan van vergeten woorden (van het turfsteken en het maken van strokarton), een nieuwe muziekcompositie en van oude liederen, waaronder een moordlied. Tevens deed hij voorstellen aan de inwoners hoe zij hun gebruiken en culturele identiteit zouden kunnen bewaren en uitbreiden. De vergeten woorden zouden in nieuwe contexten weer gebruikt kunnen worden, de oude liederen zouden weer gezongen kunnen worden en de nieuwe muziek die Bert componeerde, zou bij hoogtijdagen door twee draaiorgels aan weerszijden van het kanaal simultaan gespeeld kunnen worden. De krant was een geschenk aan de Pekelders en daarom bezorgde Bert deze zelf, met een oud PTT-karretje, in alle brievenbussen. Om deze gebeurtenis vast te leggen, maakte hij een video die hij in Groningen toonde.

                  

In 2021 werd Bert door de culturele Werkplaats Molenwijk, Framer Framed in Amsterdam-Noord uitgenodigd voor een residentie die zo’n vier maanden duurde. Als thema voor dit verblijf koos hij de koekplanken die hij als erfenis van zijn grootvader – die bakker was – in zijn ouderlijk huis had aangetroffen. Al eerder had hij zich zowel in de geschiedenis van het brood als in de functies van koekplanken verdiept om achter oude gebruiken en betekenissen te komen en hij had ook liederen over de planken gemaakt.9) Geef was de overkoepelende titel voor al zijn activiteiten in Molenwijk die over geven en ontvangen gingen, een thema dat al belangrijk was in Pekela, maar nu daadwerkelijk met de koekplanken te maken had. Koekplanken zijn de negatieve vormen, waarin deeg voor een koek geperst werd. Nadat het uit de plank was geslagen, nam het deeg de vorm van een dier of een mens aan die in de oven gebakken, bij bijzondere gelegenheden in de familiekring als geschenk kon dienen of waarmee je iemand ten huwelijk kon vragen. Bert kwam erachter dat de koeken in dier- en mensvormen meestal verborgen betekenissen hadden. Bij dieren, die van oude dieroffers zijn afgeleid, is de bedoeling van de gever – net als bij surprises – vaak onduidelijk. Krijg je bijvoorbeeld een varken, dan weet je dat dit een sneer is, maar niet welke eigenschap van het dier aan jou wordt toegedicht. De betekenis van de meeste koeken moest de ontvanger maar raden, waardoor spel en spanning, maar ook de mogelijkheid om publiekelijk beschaamd te worden, bij het geven van dit soort geschenken ging horen. 
                  

Aanvankelijk bestond het deeg uit bloem en water. Toen echter luxueuzer ingrediënten, zoals suiker en boter eraan werden toegevoegd, vervloeide het deeg en kwamen de koeken onduidelijker uit de oven. Later nam, door het machinaal vervaardigen van de planken, bij de houtsnijders het vakmanschap af. Toen de vormen steeds onduidelijker werden, gingen veel betekenissen verloren. Het speculaas, zoals deze soort koeken heten, is tot op heden in verkleinde vorm bewaard, maar is een koek onder de vele koeken geworden.

                  

Bert is geïnteresseerd in sporen van het verleden die net als de eerder besproken echo’s van de geschiedenis weer naar boven kunnen komen als de omstandigheden ernaar zijn en als ze actief worden opgeroepen. Door gedurende zijn residentie workshops te organiseren, probeerde hij oude betekenissen op te roepen en oude gebruiken in nieuwe vormen te laten herleven. Hij zette kinderen aan om naar aanleiding van de koekplanken fantasieverhalen te vertellen en tekeningen te maken, liedjes te zingen en zelfgemaakte koekjes weg te geven. Ook maakte hij een tentoonstelling van de koekplanken en hield hij enkele ‘balkonconcerten’ bij bewoners van de flats in Molenwijk die zich hiervoor hadden aangemeld. De video die hij hiervan maakte, laat zien hoe Bert op de balkons zijn litanieën over zijn associaties met de koeken ten gehore bracht, begeleid door sterk ritmische muziek en manipulaties van koekplanken. Tussen de liederen door legde hij de vormen en functies van de planken aan de bewoners uit, bij wie vaak een herkenning optrad of herinneringen opkwamen. Eerder had hij gemerkt dat de koekplanken met vele aspecten van het leven te maken hadden, behalve met de dood. Daarom sloot hij zijn balkonconcerten af door een ruimte met de planken af te bakenen en daarin te gaan liggen, waarbij zijn lichaam de ontbrekende betekenis invulde die het speculaas eveneens zou kunnen hebben.10)











                  


















V.



Het nieuwe werk dat Bert in Galerie Block C toont, heeft de titel ‘Omdat de vraag naar lange stammen voor de fundering zo enorm groot was’ en omvat nieuwe tekeningen en een audiowerk, getiteld ‘Raft’. Het onderwerp wordt gevormd door de houtvlotten die eeuwenlang langs de Rijn voeren om Nederland van hout als bouwmateriaal te voorzien. Dit sluit aan bij de historische belangstelling van Bert, waarvoor hij nu een uitstapje naar Duitsland maakte. In Nederland bestond er in de 17de eeuw geen eigen houtproductie meer. Men moest de heipalen voor de huizenbouw en het hout voor de scheepsbouw uit onder andere het Zwarte Woud in Duitsland halen. Daar werden hele bossen gekapt om de stammen langs de berghellingen naar beneden te laten glijden, via kleinere rivieren naar de Rijn te laten drijven, waar ze tot grote houtvlotten bij elkaar werden gebonden. Zo’n vlot kon wel 300 meter lang en 15 meter breed zijn en moest stevig geconstrueerd worden, zodat het de honderden mannen kon huisvesten die de lange roeispanen bedienden. Bovendien moest het vlot kunnen scharnieren om de krommingen van de Rijn te volgen en zo veilig in Dordrecht aan te komen, waar het hout geveild werd. Pas eind jaren zestig kwam er een definitief einde aan deze bijzondere manier van hout transporteren en daarmee ook aan de avonturen van de vlotvaarders.11)

                  

Net als bij zijn eerdere onderwerpen was Bert al langer in houtvlotten geïnteresseerd. In 2021 maakte hij een reis naar het Zwarte Woud om de oorsprong van de vlotten op te zoeken, waarvan het audiowerk ‘Raft’ getuigt dat hij voor het eerst in het kader van de Hamel Residency in Seoul presenteerde. We horen Bert lopen, klimmen en zwaar ademend vertellen over de geschiedenis van de houtvlotten en wat hij om zich heen ziet. Door elke stap, elke ademteug, het knappen van takjes onder zijn voeten, het waaien van de wind en het tikken van de regen hoorbaar te maken, zorgt Bert ervoor dat we deelgenoot kunnen worden van zijn ervaringen. Ondertussen fantaseert hij over het maken van een miniatuur vlot, vereenzelvigt hij zich met de boomstammen en leeft zich in de ervaringen van de vlotvaarders in. Ook maakt hij het ‘wateren’ van de boomstammen mee, een behandeling waardoor ze duurzamer worden en hij roept ons op, door het harde geluid van het stromende water heen, om voor de nog staande en de al gekapte bomen te zorgen.

                  

Zo afwisselend als de geluiden en de verhalen in dit audiowerk, zijn ook de tekeningen die allerlei associaties rondom het hout zowel tonen als vertellen. Ze laten onder andere het kappen van het hout, het bouwen en het uiterlijk van de vlotten en het behandelen van het hout zien. Bert maakte de tekeningen met pen en inkt, potlood en grafietstift, waarbij hij soms kloeke, strakke lijnen trekt om dan weer de fijne structuren van het hout en de stroming van het water weer te geven. Een enkele keer slaat hij met de grafietstift op het papier en genereert zo een nieuw soort schrift dat verband houdt met flarden van teksten en met mensfiguren die helemaal uit tekst bestaan. In het wit uitgespaard, doemen de mensfiguren als geesten van de vroegere vlotvaarders op, wiens stemmen in lussen van woorden op kleinere vellen verschijnen. De teksten op de tekeningen komen uit verschillende bronnen, waaronder het werk ‘Raft’, en behoren tot verschillende genres, zoals de uitroep, de inleiding en het onderschrift. Ze komen tot ons als stemmen uit het verleden, toen een extensieve houtkap voor bouwproblemen zorgde en uit het heden nu er een grote woningnood heerst. Op deze wijze laat Bert ons, net als in zijn liederen, lijnen in de geschiedenis zien, waar we zelden aandacht aan besteden.











                  



















VI.



Hoe verschillend de soorten kunst zijn die Bert ook gebruikt en hoe verwarrend zijn werk bij een eerste ontmoeting ook kan overkomen, in zijn werken zijn patronen te herkennen die alles bij elkaar houden. De belangrijkste hiervan worden door Bert paarsgewijs gebruikt. Hij is geïnteresseerd in zowel het heden als het verleden, observeert het alledaagse en gaat tegelijk op zoek naar het historische, houdt zich met de cultuur van groepen bezig en wil zich ook inleven in individuen. En zoals hij zelf zegt: staat hij met zijn ene been in de werkelijkheid en met het andere in de fantasie. Het duurde even voor hij dit besefte, maar nu streeft hij ernaar om deze tegenpolen in elk van zijn werken op verschillende manieren met elkaar te verbinden. 




VII.


Onder deze dialectische houding schuilt een kijk op de geschiedenis die niet lineair of circulair is, maar die op- en neergaande bewegingen vertoont.12 Daarom is Bert op zoek naar echo’s en sporen van het verleden die in het heden kunnen opduiken als een situatie daarvoor aanleiding geeft of er bij mensen behoefte aan bestaat. Zowel het heden als de opkomende echo’s/sporen uit het verleden vormen voor Bert de werkelijkheid die hij via zijn fantasie bewerkt, waarna hij de resultaten in de vorm van performances, verhalen, liederen, video’s en beelden aan anderen schenkt. En dit is ook de basis van zijn engagement. Maatschappelijke en politieke zaken registreert hij en door zijn onderwerpkeuze komt zijn werk vaak in politieke contexten terecht, maar in eerste instantie gaat hij altijd uit van zijn historische belangstelling en zijn empathie met mensen.    

                  

Bekijken we zijn werk vanuit dit perspectief dan is het niet zo vreemd meer dat hij veel verschillende soorten kunst gebruikt. Om zijn werk goed te kunnen doen, zet hij al zijn mogelijkheden in die hij als gelijkwaardig opvat en die hij in zijn oeuvre met elkaar verweeft. Ze dienen alle hetzelfde doel, namelijk het ten gehore brengen van liederen en het vertellen van verhalen, met behulp van technieken uit de muziek, de grafische vormgeving, de beeldende kunst en het theater. 

                  

Bert is dus een verhalenverteller die op zijn historische voorgangers lijkt, de meestervertellers uit de middeleeuwen (en later) die van dorp tot dorp trokken. Zij stelden hun verhalen samen uit hun eigen ervaringen en die van anderen en pasten ze aan de locaties aan, waar ze verbleven. Zij leverden geen informatie, zoals het nieuws op de televisie dat doet, maar vertelden over ervaringen, herinneringen en gebeurtenissen, vermengd met fantasie en doortrokken van moraal. Bert heeft veel overeenkomsten met deze vertellers, maar kent ook verschillen, want hij leeft in de 21ste eeuw en is een kunstenaar. Zijn werk moet hij met veel meer voorbereiding en aandacht uitvoeren dan zijn voorgangers, opdat het in de huidige cultuur standhoudt. En hij heeft de mogelijkheid om aan meerdere kunsten, technieken, vormen te ontlenen die de vroegere vertellers niet kenden. Bovendien wil hij mensen iets bieden en met zijn werk ook effect sorteren, maar geen moraal opleggen. Dat we zijn werk eerst als verwarrend ervaren, heeft met deze complexiteit te maken, maar als we er enigszins aan gewend raken, kunnen we van de geschenken genieten die hij ons aanbiedt.




VIII.





 

 














NOTEN:


1.  Om informatie voor dit artikel te verkrijgen, heb ik op 12.4.2022 een gesprek gevoerd met Bert Scholten, waarna ik per e-mail aanvullende vragen aan hem heb gesteld. Ook heb ik via de website: https://www.bertscholten.com kennis genomen van de publicaties over zijn werk.


2.  Zie afbeelding I.


3.  Het Hendrik de Vriesstipendium van de Gemeente Groningen wordt elk jaar uitgereikt aan twee talentvolle Groninger kunstenaars.  


4.  Bert vroeg zich ook af hoe zijn werk, dat vooral met de noordelijke provinciën van Nederland was verbonden, in een internationale omgeving als de Rijksacademie zou moeten functioneren. Toen hij eenmaal resident was, bleek dit geen probleem te zijn.


5.  De podcast ‘Niks was minder waar’ (2018) is te vinden op: https://www.vpro.nl/speel~POMS_S_VPRO_13035620~niks-was-minder-waar~.html

De LP  'Fysieke Biografieën (2019) is te vinden op: 

https://hetgeneriek.bandcamp.com/album/fysieke-biografie-n 

Op beide is onder andere verhaal over Étienne de Silhouette te beluisteren.


6.  Informatie over het Drentse windmolenpark is te vinden op: 

https://www.drentsemondenoostermoer.nl

'Monden' zijn kanalen voor de afwatering van het veen en voor het vervoer van turf. Langs deze kanalen werden dorpen gebouwd, waardoor het 'mondengebied' ontstond.


7.  Bert maakte hierbij gebruik van de cd/dvd box 'Onder de groene linde' met verhalende liederen uit de mondelinge overlevering. Deze werd in 2008 uitgegeven door het Meertens Instituut dat de Nederlandse taal en cultuur onderzoekt en documenteert.


8.  De uitnodiging van het resort kwam tot stand door bemiddeling van het project Gronings Vuur dat onder andere theatervoorstellingen organiseert op grond van locale verhalen.


9.  In het kader van zijn band 'Hun Bed' werkte Bert samen met Oscar Borsen en Gijs Deddens aan twee albums met als thema de geschiedenis van het brood. 

Zie: https://hetgeneriek.bandcamp.com/album/brood-i

https://hetgeneriek.bandcamp.com/album/brood-ii 


10. Sommige performances voert Bert op verschillende locaties uit. Zijn optredens kan hij  aanpassen aan de verschillende omgevingen en het aanwezige publiek, waardoor zijn werk zich in de tijd ontwikkelt.


11. De vlotvaart begon al in de 19de eeuw af te nemen. Vanaf 1870 moesten de vlotten door een stoomsleepboot gesleept worden, waardoor ze kleiner werden en aan efficiënte nieuwe technieken werden onderworpen. Daarom was er ook minder vraag naar arbeidskrachten.


12. De ideeën van Bert over de aard van de geschiedenis hebben aspecten gemeen met die van de kunsthistoricus Aby Warburg (1866-1926). In plaats van een onophoudelijke vooruitgang, zag hij de geschiedenis als een storm, waarin ideeën over de werkelijkheid opkwamen en weer ondergingen. Sommige ideeën houden een tijdlang stand om dan plaats te maken voor nieuwe. Ze kunnen helemaal verdwijnen, maar blijven vaak latent bestaan en kunnen weer opduiken als de cultuur en de individuen erin weer behoefte aan ze hebben. Zie hiervoor Katalin Herzog, 'Bewaarder van het geheugenpaleis', 2017,  

https://kunstzaken.blogspot.com/2017/10/bewaarder-van-het-geheugenpaleis.html

 


LIJST VAN AFBEELDINGEN:



I.   Performance in het CBK Groningen, Foto Niels Meijer. (Met 'de brief' die Etienne de Silhouette van Jean Jaques Rousseau kreeg).

II.  Opreden tijdens het Incubate Festival, 2015. Foto Willem van Breugel.

III. Optreden tijdens de kunstmanifestatie MarkerGrote Markt, Groningen, 2018. Foto Niels Meijer.

IV. Het rondbrengen van de krant in Pekela, 2020. Foto Niels Meijer.

V.  Performance met koekplanken 2016, in Centre d'Art Le Lait, Albi, Frankrijk. Foto Phœbé Meyer.

VI. Tekening van houtvlot, Galerie Block C, Groningen, 2022. Foto Marinus Augustijn.

VII.Tekening van drijvende boomstammen, Galerie Block C, Groningen 2022Foto Marinus Augustijn.

VIII. Inrichting van tentoonstelling in Galerie Block C, Groningen 2022. Foto Marinus Augustijn.



* Dit artikel functioneerde als zaaltekst bij de tentoonstelling van Bert Scholten in Galerie Block C...



Katalin Herzog, mei 2022.

  

 

vrijdag 6 mei 2022

RECEPTEN VOOR KUNST

 


 



























 Foto bij de stukje 'Our Garbage' van Studio Cheered, De Volkskrant. 8.3.2022.



Het perfect nakoken van een recept wordt bij kookprogramma’s zeer gewaardeerd. Hoewel de deelnemers om hun creativiteit geprezen worden, maken ze alleen variaties op recepten van hun oma’s of echt creatieve koks.

 

Dat er ook zoiets in de hedendaagse kunst gebeurt, suggereert het wekelijkse stukje van Studio Cheered in de Volkskrant. Deze ‘studio’ hoort bij de scenarist/schrijver Tjeerd Posthuma die in korte, Nederengelse teksten doet alsof hij een beeldend kunstenaar is die het maken van zijn werken beschrijft en hun betekenis interpreteert.1)

 

De teksten vormen satirische variaties op een recept voor het maken van en het schrijven over hedendaagse kunst.2) Pak iets uit de werkelijkheid, zoals een achtergelaten boodschappenkarretje of afval op straat. Maak hier een foto van; dit wordt zowel de basis als het product van je werk.3) Strooi hier termen overheen als installatie, memorial of deconstructie. Klop met behulp van zulke, aan de kunstgeschiedenis ontleende, termen het alledaagse op tot een universeel thema. Giet daar een theoretisch sausje overheen en versier het geheel met een toefje moraal of brokjes sentiment.

 

De satire begint met het idee van Marcel Duchamp om alledaagse dingen als ready-mades op te vatten en als kunst te presenteren. Daarna komen de postmoderne elementen. Een werk is alleen een kunstwerk als het in de kunstgeschiedenis wordt ingepast. Dat gebeurt door toekenning van kunsttermen en een interpretatie met behulp van geldige kunsttheorieën en cultuurkritiek. In de stukjes van Posthuma doet de ‘kunstenaar’ dit zelf, maar het zijn de musea en de kunstcritici die uiteindelijk de stempel van goedkeuring geven door het organiseren van tentoonstellingen en de werken van kunstenaars te interpreteren.

 

Nu is het de vraag of zo’n recept echt in de hedendaagse kunst te vinden is. Ik zou zeggen van wel, maar hier kan ik alleen één voorbeeld geven, namelijk de portetten van de Afro-Amerikaanse schilder Kehinde Wiley. Zijn schilderijen worden in Amerikaanse en Europese musea tentoongesteld en recent had hij nog een tentoonstelling in The National Gallery in Londen.4)

 

In de portretten van Wiley nemen zwarte mensen de poses aan van witte mensen in de schilderijen van oude meesters. De meeste geportretteerden zijn anoniem, omdat Wiley hen aanvankelijk van straat plukte en tegenwoordig in verschillende landen op zoek gaat naar gekleurde modellen. Maar hij schildert eveneens beroemde sportlieden en rappers en heeft ook president Obama geportretteerd. Zijn portretten zijn te herkennen aan de felgekleurde, gebloemde achtergronden en het fotorealisme, waarbij vooral de zelfbewuste poses en de glimmende, bruine huid van de geportretteerden opvallen. Als ‘schetsen’ worden in scène gezette foto’s gebruikt, waarbij de modellen soms hun poses aan kunstboeken mogen ontlenen. Hoewel Wiley wel kan schilderen, laat hij zijn werk door assistenten uitvoeren, omdat naar eigen zeggen, hij in zijn eentje niet aan de enorme vraag naar zijn werk kan voldoen.

 

De kunstenaar versnelt het verloop van het recept door de werken van oude meesters als ready-mades te gebruiken, maar laat de achtergronden weg en gebruikt alleen de poses. Hij situeert zijn werk dus direct binnen de kunstgeschiedenis en legt tegelijk de basis voor de hedendaagse interpretatie ervan. Doordat hij in musea portretten van zwarte mensen tentoonstelt in het ‘kader’ van oude meesters, kent hij aan hen de macht en de sociale status toe die eeuwenlang alleen aan witte mensen was voorbehouden. Zo verandert hij onze blik op de heersende kunstcanon en draagt hij bij aan de dekolonisatie van de westerse kunstgeschiedenis. 

 

Wiley interpreteert zijn werk met behulp van dergelijke, op inclusiviteit en sociale rechtvaardigheid gerichte waarden, maar geeft toe dat zijn positie ambigue is. Hij bekritiseert de kunstgeschiedenis, maar bewondert ook de oude meesters en wil er graag bij horen. Bovendien gaat het hem eveneens om succes en rijkdom, waardoor hij makkelijk aan de wensen van opdrachtgevers kan voldoen.

 

Kunstcritici zijn positief over het werk van Wiley, vooral omdat het zo goed in de huidige kunsttheorie en cultuurkritiek past, waarvan de termen door de kunstenaar zelf worden aangeleverd. Maar er zijn ook critici die opmerken dat zijn portetten volgens een vaste formule, bijna fabrieksmatig worden geproduceerd. Zie hier de werking van het recept die zowel positief als negatief kan uitpakken. De vraag is welke kant van Wileys verhaal in de toekomst gaat gelden. Dat zal bepalen of zijn werk wel of niet op het recept wordt afgerekend.

 

Katalin Herzog


Deze column is gepubliceerd in de KunstKrant, 26ste Jg. nr. 3. mei/juni 2022, p. 11.


* Voor het gebruik van deze foto is toestemming gevraagd en verkregen van Tjeerd Posthuma.

 

NOTEN (na de publicatie van de column toegevoegd):


1) In de tekst bij ‘Our Garbage’ die in De Volkskrant naast de foto werd geplaatst, is een kunstenaar aan het woord die door het scheuren van een vuilniszak geconfronteerd wordt met zijn afval en de mislukkingen in zijn leven. Dit is de inspiratie om zijn installatie 'Our Garbage' te maken door naast een container vuilnis op te hopen en met een afzetlint te omgeven. Met zijn installatie wil de kunstenaar anderen confronteren en hen shockeren, opdat ze over de rotzooi in/van hun eigen leven gaan nadenken. Vervolgens interpreteert hij zijn installatie als een uitstekend voorbeeld van de aanvallen die hij op de postmoderne kunst doet. Hij vindt dat deze kunst steeds onpersoonlijker is geworden door haar ‘zeer belangrijk’, zwaar theoretisch kader, haar ‘materialen’ en ‘betekenissen’. Maar zijn eigen installatie is persoonlijk en daar kan niemand omheen. 

 

Bij een eerste lezing komt het oorspronkelijke stukje in de krant over als een tekst die door een hedendaagse kunstenaar geschreven had kunnen worden. Bijna alles wat in zulke teksten staat, is hier aanwezig: de directe ervaring als inspiratie voor een veel gebruikt kunstgenre, de moderne intentie om anderen te shockeren en hen zo van iets belangrijks bewust te maken, de kritiek op de (nog) geldende kunsttheorie en de benadrukking van het afwijken van het eigen werk. Dat wijkt af, omdat het persoonlijk, dus eerlijk is en een morele, geëngageerd toon heeft. Daardoor wordt het werk echt 'hedendaags'. 


Men kan zich aan zo'n tekst ergeren, maar de foto zorgt ervoor dat de tekst als satire kan worden opgevat. We zien een willekeurige straat in een grote stad, waar het vaak voorkomt dat de gemeenschappelijke vuilcontainer helemaal vol zit. Mensen gaan dan hun vuilnis ernaast deponeren, waarna de afvalberg groeit en de omgeving steeds rommeliger wordt. Om dit tegen te gaan, plaatst de gemeente een afzetlint om de berg heen. Het gaat hier dus om een documentaire foto en het zogenaamde kunstwerk bestaat alleen in de geest van de schrijver die daarmee op satirische wijze de hedendaagse beeldende kunst en het praten/schrijven erover hekelt.  

   

2) Het ‘recept’ is een samenvatting, ontstaan uit meerdere stukjes van Studio Cheered. In de afzonderlijke teksten is het recept niet compleet.


3) Dat de basis (het concept) overeenkomt met het product (het kunstwerk) is een erfenis van de Concept Art.  

 

4) In zijn tentoonstelling 'Prelude' (10.12.2021-18.4.2022) in de National Gallery te Londen, toonde Kehinde Wiley een film en vijf schilderijen: landschappen en zeegezichten. Het zwaartepunt lag op de manier hoe in Europe, gedurende de romantiek, de sublieme natuur en de interactie tussen mensen en natuur uitgebeeld werden. Twee van zijn schilderijen maakte Wiley naar aanleiding Caspar David Friedrichs werken: Der Wanderer über dem Nebelmeer (1818) en Kreidefelsen auf Rügen (1818), waarbij hij de witte protagonisten door zwarte verving. Volgens de interpretaties, naar aanleiding van de tentoonstelling in Londen, wilde hij laten zien dat het idee van het sublieme onze opvattingen over en ervaringen in de natuur heeft meebepaald. Maar dit idee is een westerse constructie en de afgebeelde, witte mensen kunnen (mogen) niet de ervaringen van de hele mensheid vertegenwoordigen. 


Net als in zijn portretten wil Wiley hier de westerse kunstcanon doorbreken en aan de dekolonisatie van de westerse kunstgeschiedenis bijdragen, maar dit lukt hem in de portretten beter dan in de landschappen. In de eerste neemt hij alleen de poses uit de westerse kunstgeschiedenis over en vervangt de achtergrond. In de tweede neemt hij de achtergrond, dus de landschappen, wel over. Daardoor is het onduidelijk wat zijn bedoelingen zijn. Vindt hij dat men in het westen alleen witte mensen als diegenen zag die zoiets bijzonders als het sublieme konden/mochten ervaren en dat ook zwarte mensen recht hebben op sublieme ervaringen? Het is ook mogelijk dat hij het hele idee van het sublieme belachelijk vindt, daar hij zijn protagonisten in zijn film en in het schilderij naar aanleiding van de Kreidefelsen een kinderspelletje laat spelen. Bij deze onduidelijkheden komt nog het feit dat deze schilderijen van Friedrich dermate beroemd zijn dat ze alle bedoelingen van andere kunstenaars, die er gebruik van maken, tot bijschriften reduceren. En zoiets werkt zelfs bij beschouwers die weinig of geen kennis van de romantische kunsttheorie hebben. (Zie ook 'De vergezichten van Radek Dabrowski', op deze blog, jaar 2018.) 

 


dinsdag 26 april 2022

TALIGE RARITEITEN


















Pieter Breughel de Oude, De Toren van Babel, 1563.


VERANTWOORDING

Voor het schrijven over beeldende kunst moet je een behoorlijke vocabulaire hebben om woorden en uitdrukkingen te vinden die beelden kunnen omschrijven. In de hoop mijn woordenschat steeds uit te breiden, ben ik dan ook alert op gesproken en geschreven taal. Sommige woorden en uitdrukkingen die ik zo oppik, gebruik ik, maar andere zullen niet in mijn teksten verschijnen. Niet omdat ik een taalpurist ben - andere mensen mogen spreken en schrijven hoe zij willen - maar omdat Nederlands mijn tweede taal is, waardoor ik mij zeer bewust ben van de betekenissen ervan. Daarom gebruik ik geen modewoorden, clichés, veel voorkomende eufemismen, slecht geconstrueerde metaforen en aan het Engels ontleende of vernederlandste, Engelse woorden, waarvoor perfecte Nederlandse alternatieven bestaan. Behalve als ik citeer, parodieer of ironie gebruik. Meestal breng ik dan enkele aanhalingstekens aan. 


Metaforen vallen mij meteen op. Spreken en schrijven zonder metaforen is onmogelijk, maar dit geldt extra bij het schrijven over beeldende kunst, waarbij beelden met behulp van taal benaderd moeten worden. Om dit te begrijpen, heb ik de geschiedenis en het maken van metaforen bestudeerd en er een artikel over geschreven, getiteld  ‘De metaforische cirkel’. Hierin heb ik onder andere de praktische en esthetische functies van metaforen behandeld. (Zie 'De metaforische cirkel', 2010 op deze blog.)


Een metafoor stelt (openlijk of verborgen) dingen/ideeën aan elkaar gelijk die ongelijk zijn. 

Metaforen bestaan dus uit twee delen die vaak samengesmolten zijn, zoals bij: levensweg. Beide delen van een metafoor zijn ongelijk van betekenis, maar mogen niet zozeer van elkaar verschillen dat een overdracht van bijbetekenissen van het ene naar het andere deel onmogelijk wordt. Laten we eens naar levensweg kijken. Als je aan iemand vraagt 'wat is het leven?' dan kan zij/hij daar niet direct op antwoorden. Door het leven echter gelijk te stellen aan een weg met bijvoorbeeld kronkelingen, afslagen, makkelijk en moeilijk begaanbare delen en kruisingen kunnen we vat krijgen op zo'n abstract en veelomvattend begrip als het leven en daardoor de taal ook mooier maken. Taal is voor een groot deel overdrachtelijk, maar we zijn daar zo goed in dat we het maken van metaforen niet of nauwelijks beseffen. Oude metaforen gaan op den duur in de taal op en nieuwe, die vooral dichters en schrijvers maken, blijven soms lang onbegrijpelijk. Dit vind ik interessant, maar niet problematisch. Wel erger ik mij eraan dat slecht geconstrueerde metaforen zo gemakkelijk gebruikt worden. Bij dergelijke metaforen komt de overdracht niet goed tot stand en ze dragen alleen bij aan de clichématigheid van de taal. Ze kunnen dan ook gemakkelijk 'platgeslagen' of met andere woorden, letterlijk genomen worden. Dan leveren ze een soort humor op die cabaretiers vaak gebruiken.


Hoewel ik het al heel lang wilde, ben ik dit jaar pas eraan toegekomen om een verzameling van voor mij ergerlijk en vermakelijk taalgebruik aan te leggen die ik in deze blog-bijdrage steeds aanvul en becommentarieer. Hiermee wil ook laten zien welke woorden en uitdrukkingen ik mijzelf niet zomaar toesta, ten eerste omdat ik helder en toegankelijk wil schrijven en ten tweede omdat ik niet aan de 'Babylonische spraakverwarring' wil meedoen die tegenwoordig voornamelijk door de sociale media en de televisie in stand gehouden en uitgebreid wordt. 


Losse woorden:

-Cheffen (anders regelen),

-Creëren (doet alleen God),

-Giftig (plant of relatie?),

-Hotelesk (waar lijkt het op?)

-Kleurtjes (hoe groot?),

-Meesterwerk (wordt niet meer gemaakt),

-Natuurlijk (niets is vanzelfsprekend, weinig is natuurlijk),

-Ontzorgen (kan dat?),

-Tragedisch (tragedie is tragisch),

-Uitfaseren (is dat een soort uitstellen?),

-Echt (om alles nog echter te maken),

-

-

-

 

Meerdere woorden:

-Best wel (dan maar niet),

-Dat klopt (niets te horen),

-Doelgedreven leven (doelen worden gericht),

-Eerlijk gezegd (dus meestal ben je niet eerlijk),

-Emoties opbouwen (emoties zijn geen gebouwen),

-Erop aanslaan (doen alleen honden),

-Erop ingrijpen (grijp gewoon in),

-Gevoelens richting iemand hebben (gevoelens stuur je niet op weg),

-Herinneringen maken (die ontstaan vanzelf of niet),

-Hoe dan? (wat?),

-Iets wat schuurt (geen schuurmachine),

-Ik besef mij (jezelf of iets anders?),

-Een metafoor voor (metafoor 'is'),

-Ja, absoluut (ja is genoeg),

-Ja dat (wat?),

-Je creativiteit kwijtraken (wil ik juist behouden), 

-Jezelf zijn (wie anders?) 

-Jezelf tegenkomen (doen slechts eeneiige tweelingen),

-Kinderen met rugzakjes (kunnen die rugzakjes ook af?),

-Klotsende oksels (zo vies!),

-Lagen van een kunstwerk (een kunstwerk is geen ui),

-Ontzettend bijzonder (bijzonder is bijzonder genoeg),

-Rammelende eierstokken (een nieuw muziekinstrument?),

-Sleutelklare woning (hoe kom je er anders in?)

-Staat symbool voor (is een symbool van... ; staat voor...),

-Stukje naastenliefde (welk stukje?),

-Vechten tegen kanker (een chemokuur helpt meestal beter),

-Vooroordelen naar elkaar toe (vooroordelen kan je niet uitzenden),

-Vrouw van kleur (vrouwen worden niet van kleur gemaakt),

-

-

-

 

Zinnen:

-Als ik het kan, kan iedereen het (behalve degenen die het niet kunnen),

-Als je kijkt dan zie je... (gewoonlijk wel),

-Dat meen je niet (jawel),

-Dat meen ik echt, oprecht (dus meestal meen je het niet)

-Dat wil je niet weten (juist wel),

-De informatie die in mijn achterhoofd zit (eerder in je voorhoofd),

-De mysterie van het koningschap (niets mysterieus aan),

-De overheid moet acteren op (acteren doe je op toneel),

-De politie moet handhaven op (naleving van wet controleren),

-De schilderijen springen van het doek af (een regen van verf),

-De televisieserie startte gisteren (met een motor?),

-Dit lied komt rechtstreeks uit mijn hart (een bloederig lied),

-Dit schilderij heeft mijn hart gestolen (houd de dief!),

-Dit was een magische voorstelling (magie is inderdaad fantasie),

-Een negatieve spiraal krijgen (ik wil liever een positieve),

-Er is een last van mijn schouder afgevallen (wat zat er op je schouder?),

-Haar vrouwelijkheid was compleet ondergesneeuwd (brrr, wat koud),

-Hoe sta je erin? (ik sta nergens ‘in’),

-Iemand in zijn kracht zetten (kracht is geen container),

-Iemand in zijn waarde laten (of eruit halen?),

-Ik ben diep geschrokken (hoe diep?),

-Ik ben in balans (dan ben je een weegschaal),

-Ik ben in een diep gat gevallen, maar kruip er nu langzaam uit (dat wil ik zien),

-Ik ben klaar met Afrika (het continent ook met jou),

-Ik ben niet zo van het lezen (terecht, lezen is een activiteit),

-Ik ben trots op mijzelf ('dat meen je niet!'),

-Ik gooide al mijn gevoelens op een hoop (zoiets wordt snel een berg),

-Ik heb mij volledig op het schilderen gestort (geeft vreselijke vlekken),

-Ik loop steeds tegen dat thema aan (krijg je blauwe plekken van),

-Ik voel mijn energie inkakken (stinkt nogal),

-Ik voel mij alsof ik door een tractor overreden ben (is dat al eens gebeurd?),

-Ik voel mij weggezet (wie pakte je op?).

-Ik wil mijn ding doen (hoef ik niet te weten),

-Ik wil mij in de spiegel aankijken (sta je tegelijk voor en achter de spiegel?),

-Ik zit goed in mijn vel (goed dat je er niet uit barst),

-Ik zit hoog in mijn emotie (kom snel naar beneden),

-Ik zit in een soort van geestelijk spagaat (wat ben jij lenig!),

-Ik zoek naar mijn wortels (liggen in de koelkast), 

-Je moet dat anders aanvliegen (ik ben geen vliegtuig).

-Je moet uit je hoofd in je lijf gaan (kan alleen een interne slangenmens),

-Je moet positief denken (ik denk liever negatief),

-Je wilt koffie. Toch? (nee, iets anders),

-Luchtvaartmaatschappij wil lucht uit het systeem halen (resultaat: buiklandingen),

-Mijn hart wordt zwaar (een unieke ziekte),

-Met die wapens maken we een sterke vuist (aan een slappe vuist heb je ook niets),

-Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (hoe ver is dat?),

-Zij is een talent (dan is zij een muntstuk),

-Zij draagt een hele geschiedenis met zich mee (wat een gesleep),

-Zo geef ik mijzelf een reset (heb je een handleiding?),

-

-

-


Engelse ontleningen:

-Award (prijs),

-Brand 'nieuw' (spiksplinternieuw),

-Catchy (pakkend),

-Clear(en), (verhelderen, opruimen),

-Community (gemeenschap),

-Confusion (verwarring),

-Connect(en), (verbinden),

-Credible (geloofwaardig),

-Crime (misdaad),

-Drizzle(n), (besprenkelen),

-Dubbelcheck(en), (extra controleren),

-Een must (een aanrader),

-Eyecatcher (blikvanger),

-Finetune(n), (afstellen),

-Impact (indruk, effect),

-Impress(en), (indruk maken op),

-Include(ren), (opnemen in),

-Job carving (voor banen zorgen),

-Mindblowing (verbluffend),

-Mix(eren), (mengen),

-Monitor(en), (in de gaten houden),

-Nobrainer (vanzelfsprekend),

-Outfit (kostuum, uitrusting),

-Own(en), (erkennen),

-Relax(en), (ontspannen),

-Sizzle(n), (sissen),

-Shutdown (sluiting).

-Skill (vaardigheid),

-Spot(ten), (opmerken),

-Start(en), (beginnen),

-Struggelen, (ergens mee worstelen),

-Update(n), (vernieuwen),

-Victorious (zegevierend),

-Whatever (of zo),

-

-

-