vrijdag 2 november 2018

ESTHETISCHE DUURZAAMHEID



De zomer van 2018 zal voor vele Nederlanders een ernstige wake up call geweest zijn. Ook al hoor je over smeltende gletsjers en orkanen ver van je bed, de klimaatverandering dringt pas goed tot je door als jouw tuin in de zengende hitte verschrompelt. Om planten te redden, ga je dan liters ‘drinkwater’ verspillen, wat het schuldbesef extra aanwakkert.

Hoewel de Club van Rome al in de jaren zeventig gewaarschuwd heeft voor de gevolgen van de economische groei voor het ‘milieu’, gingen de rijke landen door met over-produceren en over-consumeren, dus te vervuilen. Onze luxueuze levensstandaard willen we kennelijk niet opgeven. Toch dringt nu het besef door dat deze leefwijze drastisch moet veranderen en dat we niet tegen de natuur in, maar met haar mee moeten werken.

Trend is om nostalgisch terug te verlangen naar de soberheid van vroeger. Maar wat is vroeger? Voor een traditioneel leven in de natuur zouden we een prehistorisch bestaan moeten leiden, wat onmogelijk is. We zullen dus wel vooruit moeten, al ziet vooruitgang er nu anders uit dan in de 20ste eeuw.


Er zijn vele partijen betrokken bij die nieuwe vooruitgang. Eén ervan is de hedendaagse architectuur, waarin inzichten in klimaatproblemen en recente technologieën bijeenkomen. In de 20ste eeuw werd de architectuur beheerst door de Intenationale Stijl, voortgekomen uit het werk van onder anderen Le Corbusier en Mies van der Rohe. Zij streefden naar functionaliteit, strakheid en eenheid met behulp van moderne materialen en constructies. Bij hun navolgers veranderde dit in clichés, wat overal tot saaie, uniforme hoogbouw leidde. Dit zag men aan voor moderniteit en het was de geniale architect die het moderne leven/werken mogelijk maakte. Luisteren naar gebruikers, kijken naar locaties en klimatologische omstandigheden van gebouwen werd door deze arrogante lieden voor truttigheid aangezien.

Aan het einde van de 20ste eeuw begon de Internationale Stijl te verdwijnen. Alles mocht ineens, wat soms uitzinnige, postmoderne gebouwen opleverde. De geniale architect bleef, maar hij hing niet meer een globale stijl aan; hij verkondigde nu zijn ‘filosofie’ op de architectuur. Zo iemand is Rem Koolhaas die in 1975 het architectenbureau OMA oprichtte, waarmee hij de Superdutch architectuur inluidde. Medewerkers van Koolhaas vormden later eigen architectenbureaus, zoals MVRVD in Nederland (1991) en BIG in Denenmarken (2006).

De Deen Bjarke Ingels, oprichter van BIG, werd door Koolhaas geïnspireerd betreffende de conceptuele benadering en de waardering van meervoudigheid. Maar hij breidde eveneens het modernistische ‘form follows function’ uit door bij het ontwerpen de eisen van de locatie en het klimaat in ogenschouw te nemen. Ingels streeft naar duurzaamheid, maar vindt niet dat we onze cultuur op moeten geven om het klimaat te stabiliseren. Als we de omstandigheden nauwkeurig analyseren, hedendaagse technologieën inzetten en ook durven te dromen, kan het streven naar duurzaamheid ons aangename en interessante leefomgevingen bieden.

Zo heeft Ingels met zijn bureau in 2011 de behuizing van een afvalverbrander in Copenhagen ontworpen die elektriciteit produceert. Dit zijn meestal lelijke, stinkende gebouwen, wat hier geenszins het geval is. Het is een beplantte berg in het vlakke landschap, waarvan men via een skipiste naar het omgevende park kan afdalen. In de lobby bevindt zich een restaurant en een superhoge klimmuur. De verbrander stoot nog geringe hoeveelheden CO2 uit, te ‘zien’ als zijn sigaarvormige schoorsteen grote rookringen uitblaast. Dit is een goed voorbeeld van een pragmatische/utopische architectuur die zowel ecologisch, economisch als sociaal naar een duurzaamheid toewerkt, maar ook mooi is en spectaculaire ervaringen biedt.

Hoewel niet alle projecten van BIG zo expliciet op duurzaamheid gericht zijn, gaat het Ingels altijd om het verenigen van schijnbare tegenstellingen, omdat dit procedé de kans op bijzondere oplossingen vergroot. Het toppunt hiervan is de Mars Science City in Dubai, waarmee Ingels sinds 2017 bezig is. Dit zal een simulatie bieden van het klimaat op Mars, waar wetenschappers onderzoek kunnen doen ten bate van een toekomstige kolonisatie. Toen Ingels werd gevraagd waarom hij zich op Mars en niet op de aarde richt, antwoordde hij dat de extreme omstandigheden op deze planeet ons veel kunnen leren over het oplossen van aardse klimaatproblemen.

Ingels denkt dus groots en gedurfd, maar hij is ook dienstbaar en richt zich op een bereikbare toekomst in plaats van op een ver verleden. En dit kunnen we in deze zorgelijke tijden wel gebruiken.

Katalin Herzog

Deze column werd gepubliceerd in de KunstKrant, 22ste Jg. nr. 6, nov.-dec. 2018, p. 11.