donderdag 11 maart 2021

ONGEZELLIGE GEZELLIGHEID




*

Nog nooit heb ik het woord samen zo vaak gehoord als in dit corona-jaar. Van de regering moesten we schouder aan schouder staan om het coronavirus samen te overwinnen. Dat we andere mensen beter konden mijden en als we ze toch tegenkwamen, anderhalve meter afstand moesten houden, was voor de sloganmakers kennelijk te prozaïsch.


Door de lock-downs lukte het samenzijn steeds slechter en dat heeft iedereen gevoeld, maar men reageert er zeer verschillend op. Sommigen ontkennen het bestaan van het virus en beschuldigen de regering van misleiding, anderen lijden onder extreme eenzaamheid en vroegen hulp aan de regering. Er is al een ware ‘eenzaamheidsindustrie’ ontstaan die niet alleen ouderen, maar ook studenten en jonge kinderen tot haar ‘doelgroepen’ rekent.


Voor corona klaagde iedereen over het westerse individualisme, maar Nederlanders blijken nu veel socialer dan ze dachten. Ze snakken naar het knuffelen van alle oma’s en opa’s, willen weer naar de kroeg en op massale festivals hossen. Jongeren hebben het extra moeilijk. Achter hun computers bezwijken ze aan somberheid en piekeren over van alles wat nu niet mogelijk is.  

   

Niemand heeft het meer over individualisme, hoewel het juist nu besproken zou moeten worden. Want waarom zijn mensen nu zo eenzaam en ligt dat ook aan iets anders dan aan het virus? Onze cultuur met haar hoge levensstandaard en mogelijkheden voor allerlei amusement heeft ervoor gezorgd dat we ons als verwende individualisten zijn gaan gedragen, terwijl we geheel van anderen afhankelijk zijn. In westerse landen kunnen we alleen overleven, omdat anderen voor onze behuizing, kleding, voedsel en amusement zorgen. Zouden we dit allemaal zelf moeten maken, dan hadden we geen tijd meer voor piekeren.

          

Mensen hebben nu eenmaal anderen nodig voor het uitwisselen van genegenheid en ideeën en voor het bevestigen van hun identiteit, maar volgens Immanuel Kant (18de eeuw) zijn ze niet alleen sociaal. Ze worden gekenmerkt door een ‘ungesellige Geselligkeit’; kunnen dus moeilijk met elkaar, maar ook niet zonder elkaar leven. Juist in de huidige crisis zou het goed zijn om over deze dubbele, individuele/sociale kenmerken van mensen na te denken. Jongeren zeggen zich stierlijk te vervelen, omdat ‘je niets kunt doen’ en ‘nergens heen kan’. Dit is niet alleen een overdrijving, maar ook het teken ervoor dat ze te zeer van gezamenlijke activiteiten met anderen - elders dan thuis - afhankelijk zijn. Jongeren hebben hun leeftijdgenoten nodig om sociale wezens te worden, maar zou hun onafhankelijkheid van anderen ook niet verder ontwikkeld moeten worden?


Degenen die zeggen dat zoiets vanzelf komt en ook te ver kan gaan, omdat individualisme   het onwelkome kenmerk van de westerse cultuur is, bezien deze cultuur op ahistorische wijze. Individualisme op grote schaal kon alleen in de 19de eeuw ontstaan, toen de westerse, geïndustrialiseerde maatschappijen velen een hoge levensstandaard verzekerden. Bovendien is individualisme niet hetzelfde als een goed ontwikkelde individualiteit. Dit is te zien bij kunstenaars die vanwege het wegvallen van de opdrachten van kerk en adel vanaf de 18de eeuw min of meer gedwongen werden om zelfvoorzienende individuen te worden. Op den duur omarmden ze de veranderingen, inclusief de erbij behorende eenzaamheid die ze ‘spleen’ noemden en als een voorwaarde voor creativiteit gingen zien. Het is dus niet verwonderlijk dat kunstenaars nu beter met de corona-eenzaamheid kunnen omgaan dan anderen. Financieel hebben de meeste het moeilijk, maar ze blijven hun werk ontwikkelen, ook al kunnen ze dat nu niet aan anderen tonen.


Dit zal niet voor alle kunstenaars gelden en hangt er ook vanaf of ze individueel dan wel collectief werken, maar over het algemeen zijn kunstenaars goed bestand tegen eenzaamheid, omdat hun werk ervoor zorgt dat ze niet door anderen vermaakt hoeven te worden. Hoewel bij elk soort maken mensen zich op iets buiten henzelf richten, is het ‘produceren’ vanaf de 19de eeuw zo geïndustrialiseerd, en nu ook gerobotiseerd dat creativiteit bij de productie zelf niet meer aan te pas komt. Daarentegen vereist het maken van kunstenaars, individueel en collectief, zoveel persoonlijke inzet dat hun lichaam en geest er geheel door in beslag genomen wordt. Al werkend raken ze in zo'n extreme concentratie, ‘flow’ genoemd, dat ze nauwelijks meer besef van de tijd en van zichzelf hebben.  

 

Het is ook mogelijk om in een flow te geraken bij het bekijken van een voetbalwedstrijd of het deelnemen aan een festival; daarom snakken mensen daar nu naar. Maar als zo’n wedstrijd of festival afgelopen is, komt de verveling even hard of nog harder terug. Tijdens het maken is dat anders. Dan doen zich steeds nieuwe mogelijkheden voor, komen er nieuwe ideeën op die om realisering vragen. Iemand die tekent, fotografeert, muziek maakt, danst of een verhaal schrijft, raakt in de ban van het maken. Niet omdat er iets nuttigs gemaakt moet worden voor anderen en ook niet om een wedstrijd met anderen aan te gaan. Waar het in de kunst en het daarmee samenhangende werk om gaat, is het bevorderen van individualiteit, doordat iemand zichzelf een taak oplegt en een daarbij behorend leven gaat leiden.

 

Vaak heb ik gehoord dat niet iedereen creatief is of als kunstenaar in de wieg is gelegd en dat ik dus iets onmogelijks voorstel. Maar gedurende de meer dan dertig jaar dat ik kinderen en jonge volwassenen les heb gegeven en het zelfstandig maken en denken heb proberen te bevorderen, heb ik velen gezien die dit wel lukte en onlangs was er nog iemand die mij hieraan herinnerde. 


Tijdens de inauguratie van president Biden op 20 januari 2021 droeg Amanda Gorman, een 22 -jarige dichteres, haar gedicht ‘The Hill We Climb’ voor om het verscheurde Amerika weer hoop te bieden. Met haar vurige woorden en prachtige dictie riep zij op tot eenheid en gezamenlijkheid, vanuit een zelfbewuste individualiteit. Dat haar optreden zo goed lukte, lag echter niet alleen aan haar aangeboren talent. Van jongs af aan heeft zij een spraakgebrek dat zij moest overwinnen en voor zo’n optreden moet zij nog steeds veel oefenen. Zij heeft dus een zelfopgelegde taak en hoewel zij, jong als zij is, wel eens zal willen feesten, kan zij de tijd die nu door corona beschikbaar is gekomen goed voor het maken van haar gedichten gebruiken. Met die gedichten werkt zij aan de toekomst en inspireert ook anderen, niet alleen om iets te maken, maar vooral om vanuit een individuele vrijheid weer met elkaar samen kunnen leven en werken.


Katalin Herzog


* Immanuel Kant (1724-1804)

.......................................................................


THE HILL WE CLIMB (fragment)

 

"When day comes we ask ourselves,

where can we find light in this never-ending shade?

The loss we carry,

a sea we must wade.

We've braved the belly of the beast,

We've learned that quiet isn't always peace,

and the norms and notions

of what just is

isn't always justice.

And yet the dawn is ours

before we knew it.

Somehow we do it.

Somehow we've weathered and witnessed

a nation that isn't broken,

but simply unfinished.

We the successors of a country and a time

where a skinny Black girl

descended from slaves and raised by a single mother

can dream of becoming president

only to find herself reciting for one."


Amanda Gorman (1998 - )