zondag 28 juni 2020

KUNST, BEST BELANGRIJK


Nu we genoeg opgeschaald hebben, kunnen we afschalen en alles inregelen om ons anderhalve-meter-leventje uit te rollen. Het was een moeilijke en ook tragische tijd. Toch bloeide de creativiteit als nooit tevoren en heeft zij onder andere een nieuw vocabulaire opgeleverd. 

Maar wat hebben we de kunst toch gemist! Musea, theaters en concertzalen waren potdicht. Voor enige schoonheid en troost kon je een dichter bestellen die via het beeldscherm speciaal voor jou een gedicht voordroeg. Nogal ongemakkelijk. 

 Ondertussen moesten kunstenaars, acteurs en musici op een houtje bijten. De regering schoot bedrijven te hulp en vergat ‘de cultuursector’ die als laatste financiële steun kreeg. Voor het behouden van dit ‘unieke Nederlandse product’ heeft minister Van Engelshoven erg haar best moeten doen. Kennelijk zag de rest van het kabinet die uniciteit niet zo zitten.

Dit lijkt nu te zijn omgeslagen. Maar is dat zo? Wil men kunst of toch iets anders? Bijna alles wat in coronatijd via televisie en internet als kunst tot ons kwam, was oudbakken en sentimenteel. Het virus dat de dood zo nabij bracht, heeft vooral de behoefte getoond aan de mantra van alle moeders: ‘Het komt wel goed’. ‘Snakte’ men niet eerder naar troost dan naar echte kunst?

Wat is echte kunst? Dichter/acteur Ramsey Nasr leek het te weten in zijn essay ‘In tijden van corona biedt kunst houvast door mee te wankelen’, (NRC, 1 april 2020) Hoewel hij vroeger dacht dat kunst nutteloos was, meent hij nu dat zij wel nuttig is: ‘Zij voert ons weg van hier en onszelf en dwingt tot omkijken.’ Kunst kan ons naar een andere, fictieve wereld brengen – een vorm van ‘extase’ – en tot reflectie oproepen over onze waarden en gewoonten.

Volgens Nasr zijn Nederlanders beducht voor extase. Zij willen niet uit de stilstand gehaald worden; de meesten hebben geen enkele zin in veranderingen. Het coronavirus heeft wel voor extreme veranderingen gezorgd en in die zin is het volgens Nasr verwant aan kunst. Ook kunst heft ons normale bestaan op, gooit zekerheden overhoop en doorbreekt routines. Kunst karakteriseert hij dan ook als weerbarstig, afstotelijk en schokkend. Zij maakt de wereld meerduidiger, doet ons twijfelen aan onze waarheden en zorgt voor vervreemding. In een crisis kan kunst dan ook geen schoonheid, troost en zekerheid bieden.

Tijdens de coronacrisis zou er juist behoefte moeten zijn aan zekerheid, al gebeurt er volgens Nasr precies het omgekeerde. Door de huidige, onbegrensde onzekerheid verlangt hij juist naar nog meer onzekerheid: ‘De erkenning dat we niet onkwetsbaar zijn’. Nasr heeft het hier over zichzelf, maar ook over iedereen, waardoor zijn betoog problematisch wordt. Onzekerheid is inderdaad beter te verdragen, als iemand erkent dat de werkelijkheid fundamenteel onzeker is. Maar gezien zijn karakterisering van kunst wist Nasr dit al vóór corona. Hij herhaalt namelijk opvattingen van de 19de-eeuwse romantici en van de 20ste-eeuwse avant-gardes, hoewel hij de daarbij horende opstandige kunstenaars vergeet die een nieuwe kunst voor een nieuwe maatschappij wilden realiseren.

Nasr wil ook maatschappelijke veranderingen, maar of daarin voor de kunst een revolutionaire rol is weggelegd, maakt hij niet duidelijk. Er zijn drie functies die kunst volgens hem in de huidige crisis nuttig maken: kunst kan ons helpen om te beseffen dat de werkelijkheid onzeker is, zij kan ons aanzetten tot het gebruik van onze fantasie en tot reflectie over onze huidige waarden en gewoonten.

Een mooi streven met een wankele basis. Hoewel er van de romantische en avant-garde kenmerken van kunst nog sporen aanwezig zijn, heeft zij zich verder ontwikkeld. Er is een nieuwe, geëngageerde kunst, maar haar doelen en middelen zijn gecompliceerder dan die van de avant-gardes. Nasr gaat dus uit van verouderde opvattingen en denkt dat iedereen die aanhangt. Corona of niet, sommigen hebben minder heroïsche ideeën over kunst en velen interesseren zich er helemaal niet voor. Zij willen niet nog meer onzekerheid, maar het reeds bekende herhalen, opdat alles weer ‘normaal’ wordt.

Voor kunstliefhebbers, waartoe ik mijzelf reken, is zo’n essay sympathiek, al klopt het niet helemaal. Corona zal voor meer reflectie zorgen en er zullen veranderingen optreden. Of de kunst daarin een grote rol heeft gespeeld en daardoor meer gewaardeerd zal worden, is echter de vraag. Als straks meer mensen denken dat kunst best belangrijk is voor ons leven, is er al veel gewonnen.

Katalin Herzog

Deze column werd gepubliceerd in de KunstKrant, 24ste Jg.,nr. 4, Juli/Augustus, 2020, p. 11

ADDENDUM

De voorloper van het hiervoor besproken essay van Ramsey Nasr is het gedicht 'Uit nutteloze noodzaak' dat hij in 2010 voor het Oerol Festival op Terschelling schreef. Ik citeer hieruit drie strofes die volgens mij eerder het 'nut' van kunst weergeven dan zijn tien jaar latere essay. Ook hier gaat hij uit van een oudere opvatting van kunst, namelijk het 'belangeloos welgevallen' dat Immanuel Kant in de 18de eeuw heeft geformuleerd en dat kunst van externe beïnvloeding en gebruik wil behoeden. En dit vult hij aan met de strijdbaarheid van de moderne kunst. Geen van de beide opvattingen op zich geven volgens mij  'de' functie van kunst weer, maar de dialectiek van inertie en actie zegt voor mij veel over hoe kunst tot op heden functioneert.


'ik was van plan een heldenstuk te schrijven
over het belang van kunst
haar grote nut
maar mijn blad zweeg indrukwekkend
en alle muzen weken

de waarheid is
zij heeft geen nut
kunst is maar een bijproduct
zij is niet nodig om te kunnen
eten, neuken, ademen

maar één ding kan ze
zij kan vechten waar ik vlucht
zij kan, met haar ene giftand
zij het voor een kort moment
mij redden van de eeuwigheid
en dit verlammend gat verlammen'