*
Toen ik van de ‘School voor Morele Ambitie’ hoorde, spitste ik mijn oren. Het bleek een soort vervolgopleiding te zijn, zoals die ook in de kunsten bestaan, mede opgericht door de historicus Rutger Bregman. 1) De School voor Morele Ambitie (hierna SvMA) is bestemd voor slimme afgestudeerden aan ‘topuniversiteiten’ die nu opgeleid worden om hun talenten voor de wereld in te zetten. De bedoeling is dat ze na de SvMA hun huidige ‘bullshitbanen’ opgeven en aan ‘omvangrijke, onderbelichte maar oplosbare wereldproblemen’ gaan werken. 2)Dat deze wereldproblemen niet opgelost worden, ligt volgens Bregman aan de politieke en zakelijke elites en hun instituties die corrupt en immoreel zijn, zoals in de Verenigde Staten, of laf en onverschillig zijn, zoals in Europa. De corrosie is over de hele westerse wereld en in zowel de linkse als de rechtse politiek waar te nemen en de leegte die daardoor ontstaat, wordt ingenomen door een steeds meer openlijk fascisme dat democratieën dreigt te vernietigen. Bregman ziet in plaats van deugdzaamheid een voorkeur voor ondeugden en vindt het tijd voor een morele revolutie. Dan kan een beweging op gang komen die morele ambitie vooropstelt, waartoe de SvMA bij wil dragen. 3)
Na kennisname van Bregmans ideeën, dacht ik aan de vroege avant-garde in de kunst van de 20ste eeuw, waarvan verondersteld werd dat zij de wereld kon veranderen/verbeteren. De connectie met kunst werd nog eens verstrekt door het gebruik van het begrip ‘talent’. Talent duidt op een oude munteenheid die in de Bijbel als metafoor wordt gebruikt voor Gods gaven aan mensen. Het is niet zomaar een geschenk, er hoort de verplichting bij om de talenten goed te besteden. Vanaf de 16de eeuw werd talent met het individuele kunstenaarschap verbonden, dat in de 18de en 19de eeuw in de genialiteit van kunstenaars culmineerde. 4) Tegenwoordig wordt het begrip genie niet vaak, en dan nog onnadenkend gebruikt, terwijl talent aan de orde van de dag is. Mensen hebben talenten, maar kunnen nu ook als een ‘talent’ bestempeld worden, als ze in een of andere discipline uitblinken.
De SvMA is gericht op zulke uitblinkers; jonge getalenteerde academici die door grote accountancy firma’s, zakenbanken en advocatenkantoren ingezet worden om oplossingen te bedenken voor allerlei problemen bij bedrijven, investeerders en overheden. Als studenten hadden zij grote idealen om de wereld te verbeteren, maar eenmaal ‘in dienst’ komt daar weinig of niets van terecht. Hun harde werk dient dan het bestendigen van de status quo en het bevorderen van het grootkapitaal. Nadat ze hun adviezen hebben verstrekt, hebben ze vaak geen of weinig controle over de toepassingen, zodat ze snel ontmoedigd raken. Daar staat tegenover dat ze veel verdienen, waardoor ze lang in zulke banen kunnen blijven hangen 5) Besluiten ze toch hun oorspronkelijke idealen te volgen, dan kunnen ze nu bij de SvMA terecht.
Daar leren ze hun morele ambities bewust te worden, helder te formuleren en een carrièreswitch voor te bereiden. Morele ambitie ziet Bregman als de wil om uit te blinken, niet om veel geld te verdienen, maar door het oplossen van urgente wereldproblemen, zoals het tegengaan van klimaatverandering, het snel signaleren en voorkomen van pandemieën en het verduurzamen van voedselsystemen. Tegenwoordig houdt de school zich vooral bezig met voedselsystemen en de schadelijke tabaksindustrie. Zo willen Bregman c.s. een beweging van geëngageerde pioniers in gang zetten om de wereld daadwerkelijk te verbeteren. Gedurende de opleiding van zeven maanden ontvangen de deelnemers stipendia, zodat ze van inkomsten verzekerd zijn. In de eerste maand krijgen ze toegang tot wetenschappelijke informatie over wereldproblemen en bestuderen ze manieren om veranderingen door te voeren. Daarna werken ze gedurende zes maanden bij firma’s en organisaties die nu al dergelijke problemen aanpakken. 6)
Bij het lezen hiervan zag ik parallellen met de vroeg 20ste-eeuwse, Europese avant-garde. Hiertoe behoorden jonge kunstenaars die een ‘nieuwe kunst’ in een ‘nieuwe wereld’ voor ‘nieuwe mensen wilden maken en zich aansloten bij of sympathiseerden met utopische bewegingen, zoals het socialisme en het communisme. Groepjes gelijkgestemde kunstenaars schreven politiek gekleurde manifesten, terwijl ze de kunst, zowel inhoudelijk als formeel veranderden. Hoewel dergelijke avantgardistische groepen soortgelijke ideeën hadden, waren de leden individualistisch, wat zowel tot artistieke als politieke onenigheden leidde. 7)
Individualisme in de kunst manifesteerde zich in de 16de eeuw, maar ontwikkelde zich pas in de 18de euw volledig, toen ook maatschappelijke en technische vernieuwingen doorzetten. 8) Jonge kunstenaars wilden zich van het academische kunstonderwijs losmaken, hoewel dat onderwijs nog lang standhield. Pas vanaf de tweede helft van de 20 ste eeuw ontstond er een nieuw soort kunstonderwijs dat de ontwikkeling van individuele talenten centraal stelde. De tegenwoordige nadruk op collectiviteit in de kunst wil daar een einde aan maken, maar op vele terreinen van de cultuur blijven we aan het individuele talent hechten.
Zo bezien zijn er connecties tussen de strevingen van Bregman c.s. en de ambities van de Europese avant-garde, maar ook vrij grote verschillen. De SvMA is vooral maatschappelijk en moreel georiënteerd en voelt zich verwant aan 18de/19de -eeuwse bewegingen, zoals het abolitionisme (opheffen van de slavernij) en de suffragettes (verkrijgen van het vrouwenkiesrecht), voortgekomen uit kleine groepen mensen die in dezelfde, toen niet gangbare, ideeën geloofden. Bregman die niet meer gelovig is, maar godsdienstig is opgevoed, propageert een dergelijke gemeenschappelijkheid. 9) En op de achtergrond van zijn morele oproep doemt de Apocalyptische vrees op voor de ondergang van de wereld. 10) Velen maken zich zorgen over de toekomst van de aarde en alle erop levende wezens, maar slechts weinigen zetten grote stappen. Bregman daarentegen zet zich met zijn publicaties, lezingen en de school krachtig in om het tij te keren. Hij heeft de SvMA zelfs naar de Verenigde Staten gebracht, om in het hol van de leeuw, voor morele ambitie te pleiten. In dit kader houdt hij lezingen, maakt hij reclame en werft deelnemers voor het SvMA op de Amerikaanse topuniversiteiten. 11)
Zijn engagement is indrukwekkend, maar kan de school echt iets uitrichten? Naast een soort avant-gardistische kunstmatigheid kent het namelijk ook een geconstrueerde kunstmatigheid die problematisch kan worden. De avant-garde in de kunst ontwikkelde zich van onderaf, aanvankelijk nog zonder duidelijke organisatievormen. Zoiets geldt nog meer voor de groepen maatschappelijke vernieuwers die door Bregman bewonderd worden. Zij moesten zowel de problemen nog vinden, de ideeën en organisatievormen nog ontwikkelen, terwijl de SvMA van boven af, door Bregman c.s. gestuurd/bestuurd wordt en een ‘school’ is die getalenteerden wil ‘opleiden’ om ‘goed te doen’. Niet voor niets is de tovenaarsschool Zweinstein, beschreven in de Harry Potter boeken van J.K. Rowling, inspirerend voor hem. 12)
Het goede in Bregmans teksten over/voor de SvMA lijkt geïnspireerd te zijn door de klassieke deugdenleer van Aristoteles (384-322 v. Chr.). Hierin zijn vier kardinale deugden opgenomen: prudentia (wijsheid), justicia, (rechtvaardigheid), fortitudo (moed) en temperantia (gematigdheid). Dit is in de teksten niet onderbouwd en wordt vermengd met utilistische waarden. 13) Er wordt ook weinig aandacht besteed aan de overgang van ‘het slechte’ naar ‘het goede‘, waardoor de grote verleidingskracht van de bullshitbanen niet aan de orde komt. De deelnemers die eerder consultants, bankiers of advocaten waren, ontbrak het aan niets; ze waren verzekerd van veel geld en alle comfort. 14) Ze hoefden aan anderen niet uit te leggen, waarom ze voor zo’n lucratieve baan hadden gekozen. Hun nieuwe, ‘moreel ambitieuze banen’ leveren daarentegen minder geld en comfort op, terwijl hun keuze ervoor door hun omgeving bevraagd zal worden. Kunnen ze zichzelf en hun gezinnen de luxe ontzeggen ten dienste van het oplossen van wereldproblemen? En hoe moeten dergelijke ‘wereldverbeteraars’ omgaan met critici die de effectiviteit van hun ideeën betwijfelen? 15)
Er is nog een belangrijk probleem. Bregmans oproep om het goede te doen is nadrukkelijk op een jonge, getalenteerde, ambitieuze, idealistische en altruïstische elite gericht. Desgevraagd zegt hij over zijn keuze voor deze elite dat dit ‘zijn soort mensen’ zijn die hij makkelijker kan bereiken dan bijvoorbeeld mensen uit de Schilderswijk. Dit klinkt praktisch, maar hierachter schuilen andere uitgangspunten. Bregman ziet veel potentie in die jonge elite vanwege hun bevoorrechte status en hanteert het principe van de noblesse oblige dat bevoorrechten verplicht om zich deugdzaam te gedragen en het goede te doen. Hierna komt zijn meest basale uitgagspunt, de ‘menselijke natuur’. Mensen vindt hij gecompliceerde wezens die in principe goed zijn, maar eveneens verkeerde keuzes kunnen maken. Volgens hem ‘deugen de meeste mensen’, omdat de menselijke soort evolutionair een altruïstische richting is ingeslagen. 16) We weten echter niet of er zoiets als de ‘menselijke natuur’ bestaat, waarin bovendien het altruïsme voorop staat. In de discussies hierover worden mensen tegenover dieren geplaatst, maar het is steeds onduidelijker of we ons überhaupt van (andere) dieren onderscheiden. Binnen de filosofie en de sociale wetenschappen is er geen consensus over het bestaan van een menselijke natuur. 17)
De kunstgeschiedenis beziend, kunnen we concluderen dat de avant-garde kunst de wereld niet heeft verbeterd. Bij het karakter en de werking van kunst tellen niet alleen de aanleg en bedoelingen van kunstenaars, maar ook de steeds veranderende historische/culturele omstandigheden die de kunst positief of negatief beïnvloeden. 18) Waarschijnlijk zullen de deelnemers aan de SvMA ook niet in een duidelijk merkbare verbetering van de wereld slagen. Wel kan Bregman met zijn publicaties en school bijdragen aan de verandering van het denken over morele doelen en verrichtingen in de huidige wereld. 19) En hij is niet de enige. Als protest tegen immorele en lamlendige personen en systemen komt nu een beweging op gang die van deugden, zoals moed, rechtvaardigheid en wijsheid willen uitgaan om het huidige egoïsme, onrechtvaardigheid en vijandigheid te beteugelen. 20) Bregmans strevingen maken hier onderdeel van uit en kunnen meehelpen om de wereld juist die draai te geven die nu zo noodzakelijk is. Misschien kan de focus op waarden ook de kunst helpen om zich op de nu vaak scheve verhoudingen tussen politieke/morele en artistieke/esthetische waarden te bezinnen.
Katalin Herzog
Een kortere versie van deze tekst is gepubliceerd in de KunstKrant, 29ste Jg. nr. 5 september/oktober 2025, p. 13. Omdat ik meer uit dit onderwerp wilde halen, heb ik de column als basis van de hier gepubliceerde essay gebruikt.
* De foto: Rutger Bregman tijdens zijn zijn TED Talk in 2017. Creative Commons Attribution 2.0 Generic license. Beeld versmald.
Bron: https://www.flickr.com/photos/jurvetson/34718204481
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
NOTEN, horende bij dit essay.
1. In Nederland zijn er drie postacademische opleidingen in de kunsten: de Rijksacademie, de Ateliers en de St. Joost School for Art and Design. Hier gaat het om verdieping en specialisatie in kunst en design, waardoor deze opleidingen een ander karakter hebben dan de SvMA. Wel ben ik mij pas in de SvMA gaan verdiepen door de schijnbare overeenkomst van beide soorten opleidingen en ook Bregman heeft aan een academie gedacht, toen hij naar een vorm zocht voor zijn school die hij met geestverwanten realiseerde.
2. De SvMA is het ‘praktische’ resultaat van het boek, Morele ambitie. Stop met het verspillen van je talent en maak werk van je idealen, (De Correspondent, Amsterdam, 2024). In dit boek roept de historicus Rutger Bregman jonge academici op om hun talenten en carrière voor een betere wereld in te zetten. Het gaat hem om ambitieuze, ondernemende mensen die idealistisch en altruïstisch, maar niet naïef zijn. Ze moeten strategisch kunnen denken en handelen om hun doelen te bereiken. Deze jonge academici moeten ‘hun ‘morele cirkel’ vergroten en verantwoordelijkheid op zich nemen voor alle ‘bewuste wezens’ op aarde, nu en in de toekomst. Bregman die jarenlang artikelen/boeken schreef en lezingen hield, wil met de school praktisch bijdragen aan de verandering/verbetering van de wereld, net als zijn voorbeelden in de 18de en 19de eeuw. Morele ambitie is verwant aan het effectief altruïsme, een soort utilistisch denken, geformuleerd door Peter Singer (1946-), een Australische morele filosoof. Deze beweging gaat op grond van wetenschappelijke kennis op zoek naar de meest effectieve manieren om voor mensen en de natuur goed te doen.
3. Bregman heeft zijn doelen behalve in zijn boek Morele Ambitie eveneens uiteengezet in zijn vier Reith Lectures, Moral Evolution, 2025. Deze lezingen waren in 1948 in Engeland begonnen en worden nu door Radio 4 van de BBC verzorgd. Hun doel is om meer algemeen begrip te kweken voor belangrijke hedendaagse ideeën en gebeurtenissen.
4. Voor het geniebegrip zie de column ‘Genie en robot’, https://kunstzaken.blogspot.com/2017/12/genie-en-robot.html
Hoewel talent en genie verwante begrippen zijn – beide duiden op Gods gave – kennen ze verschillen. Talent komt met de verplichting om dat wat gegeven is goed te besteden, bijvoorbeeld aan scholing voor verdere ontwikkeling. Daarentegen heeft het genie, wiens genialiteit de hele persoonlijkheid omvat, geen verplichtingen. Bij zijn verschijnen is het al volmaakt en brengt het allerbeste voort dat anderen ten voorbeeld dient. Genialiteit als Gods gave werd vanaf de 18de eeuw vervangen door de ‘gave van de natuur’ en komt zo dicht bij het psychologische begrip ‘aanleg’ dat nog ontwikkeld moet worden. Toch is het genie in het dagelijks spraakgebruik nog aanwezig als iemand ‘een talent’ wordt genoemd. Talent omvat dan de hele persoon, waardoor genie en talent samenvallen.
5. Veelbelovende jonge academici worden al tijdens hun studie verleid om stage te lopen bij grote firma’s, bijvoorbeeld het consultancybureau McKinsey, de investeringsbank Goldman Sachs of het advocatenkantoor Kirkland & Ellis. Ze krijgen diners aangeboden en hen worden prachtige ontwikkelingsmogelijkheden en carrièrekansen in het vooruitzicht gesteld. Als ze hierop ingaan, betekent dat volgens Bregman dat hun talenten worden verspild. Zo komen ze in de ‘Bermudadriehoek van het talent’ terecht.
6. Zie: https://www.moralambition.org/nl
en: : https://zigzaghr.be/the-school-for-moral-ambition-betaalt-toptalenten-om-hun-baan-op-te-zeggen/
7. Bij de vroege avant-garde in de kunst waren er spanningen tussen de politieke/morele en artistiek/esthetische ideeën/ideologieën. De eerste waren afkomstig van matschappelijke en filosofische bewegingen in de hele westerse wereld en de tweede werden binnen kleine groepen van individuele kunstenaars ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld Die Brücke (Duitsland), die zich tegen het traditionele kunstonderwijs verzetten. Hoewel de meeste vooruitstrevende kunstenaars zich op het socialisme en het communisme oriënteerden, lag hun focus in de eerste plaats op de artistieke/esthetische veranderingen. Daar wilden en konden ze iets nieuws tot stand brengen, terwijl de ideologie al kant en klaar aanwezig was. Vaak konden ze een balans vinden tussen de verschillende soorten waarden, maar er ontstonden eveneens ideologische scheuringen en sommige groepen, zoals de Futuristen (Italië), liepen vast in desastreuze maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het fascisme.
8. De vrijheid van het individu, waarvoor Immanuel Kant aan het einde van de 18de ijverde, manifesteerde zich voor het eerst bij kunstenaars, mede door de maatschappelijke, politieke ontwikkelingen in die tijd. Met de Franse Revolutie verdwenen hun vroegere opdrachtgevers, kerk en adel en door de industrialisatie werd de macht van de gilden gebroken. Kunstenaars die eerder als getalenteerde ambachtslieden golden, moesten vanaf het begin van de 19de eeuw wel ‘vrij zijn’, hoewel ze tegelijkertijd van de markt afhankelijk werden. Toch is de ‘autonomie van de kunstenaar’ ‘het voorbeeld’ voor individuele vrijheid. Dit ‘artistiek accent’ van de vrijheid is nog steeds geldig, waardoor we onze afhankelijkheden van elkaar en de aarde maar moeilijk kunnen accepteren.
9. Toen Bregman in de Reith Lectures gevraagd werd hoe zo’n vooruitstrevende, maatschappelijke beweging ingericht en gehandhaafd moet worden, benadrukte hij de structuur die bij ‘cults’ aanwezig is. Een cult kan het beste geformuleerd worden als een groep mensen die in dezelfde idealen gelooft of dezelfde ideologie aanhangt. Dit brengt gevaren met zich mee. Het delen van idealen/ideologieën garandeert niet hun morele juistheid. Zo’n cult kan ook de vorm van een sekte aannemen, als het zich rondom een charismatische figuur schaart. Bregman weet dat zo’n persoonlijkheidscultus hem ten deel kan vallen en hoe erg het dan mis kan gaan. Zijn belangrijkste voorbeeld voor zo’n cult is dan ook geen sekte, maar de 19de -eeuwse, socialistische Fabian Society (Engeland) die belangrijke maatschappelijke veranderingen heeft bewerkstelligd. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fabian_Society
10. Bregman heeft het nergens expliciet over de Apocalyps, maar wel over de ondergang van het Romeinse Rijk, zoals Edward Gibbons die in zijn boek Decline and Fall of the Roman Empire (1782)heeft beschreven. Dit schrikbeeld gebruikt hij in zijn eerste Reith Lecture, A Time of Monsters, om de corrosie van de westerse wereld te beschrijven. Zijn zorgen worden door velen gedeeld die vaak wel Apocalyptische ideeën aanhangen, ook al wordt de ondergang van de wereld aan verschillende oorzaken geweten.
11. Bregman heeft in de VS lezingen gehouden op Princeton University in New Jersey, Stanford University in Californië en Harvard University in Cambridge Massachusetts. Hij maakt er ook reclame en rekruteert toekomstige deelnemers voor zijn school.
12. In zijn boek beschrijft Bregman de school Charity Entrepeneurship in Londen – ook wel ‘de Zweinstein voor do-gooders’ genoemd – waar ‘een nieuwe lichting tovenaars wordt opgeleid, die de wereld ingaan om zoveel mogelijk goed te doen.’ (Morele ambitie, p. 121) Deze ‘tovenaarsschool’ is een van de inspiraties voor de SvMA.
13. Op pp. 261-263 van zijn boek vermeldt Bregman de zeven principes, waarop de beweging gegrondvest is: Actie, Impact, Radicale compassie, Ruimdenkendheid, Medemenselijkheid, Levenslust en Doorzettingsvermogen.
Actie gaat eigenlijk over het principe van noblesse oblige: mensen met privileges hebben de plicht om zich deugdzaam te gedragen en het goede te doen. Het idee is terug te voeren op het denken van Aristoteles over de rol van de elite en op het talent als Gods gave. Impact duidt erop dat het niet gaat om af en toe iets goeds doen, maar om het veroorzaken van grote omwentelingen. Radicale compassiebetreft het uitbreiden van de compassie voor mensen, naar de aarde en alles daarop wat bewustzijn heeft. Dit komt overeen met het mededogen dat zeer belangrijk is binnen het Boeddhisme en met het huidige ecologische denken. Ruimdenkendheid lijkt een vermenging van twee kardinale deugden prudentia (wijsheid) en temperantia (matigheid). Medemenselijkheid omvat vooral het geloof in de goedheid van mensen en het bevorderen van het goede. Levenslust lijkt de hoge morele ambities te relativeren, door het idee dat het ‘goede leven’ meer omvat dan goed doen voor anderen. Het laatste principe Doorzettingsvermogen is weer een mengsel, nu van drie kardinale deugden, fortitudo (moed), prudentia (wijsheid) en temperantia (matigheid). Er is dus vrij veel geleend van de deugdethiek, waarbij sommige deugden vermengd zijn en justicia (rechtvaardigheid) ontbreekt. Andere principes zijn nogal persoonlijk, zoals de nadruk op de goedheid van mensen of utilistisch, zoals Impact dat vertaald kan worden als veel goed voor zoveel mogelijke wezens. En Levenslust lijkt een relativering van het goed doen voor anderen. Het geheel is dus niet systematisch, utilisme, deugdethiek en andere soort waarden lopen door elkaar en dit wordt niet onderbouwd. De zeven principes lijken meer op een ‘mission statement’, zoals bedrijven die kennen, vermengd met ‘geboden’, zoals in de Bijbel.
Voor de deugdethiek, zie: P. van Tongeren, Deugdelijk Leven, Een inleiding in de deugdethiek (Boom, Amsterdam 2003).
14. De Volkskrant publiceerde op 26 juli 2025 een verslag van Mieke de Ruiter over het volgen van een ‘moreel ambitie-cirkel, gedurende een half jaar met de titel: ‘Rutger Bregman begon een school voor morele ambitie. Wat hebben de deelnemers geleerd?’
Met veel jargon doorspekt, vertellen een chirurg, twee bankiers en drie consultants over hun transitie naar een moreel ambitieuze baan. Ze hebben goede bedoelingen, maar kunnen die moeilijk of slechts gedeeltelijk realiseren. Ze zouden bijvoorbeeld kleiner moeten gaan wonen, huishoudelijke hulp opzeggen of dagelijks vermaak opgeven, wat ze als een offer en niet als een plicht ervaren. Ook vragen ze zich af of het om zoiets groots als de verandering van de wereld moet gaan? Een van de deelnemers zegt: ‘In het boek (Morele Ambitie) lijkt dit traject als een soort tunnel van de Soundmixshow: je gaat erin en komt er anders uit’ en zo verloopt het niet.
Hier blijkt de mogelijke achilleshiel van Bregmans beweging en school. Hij hoopt dat er kleine groepen van geëngageerde mensen zullen vormen die de wereld samen verbeteren, zoals dat bij zijn voorbeelden in de 18de en 19de gebeurde. Maar die groepen moesten zowel de problemen nog vinden, de ideeën en organisatievormen nog ontwikkelen, terwijl Bregman met zijn school individuen opleidt die kant en klare problemen, manieren van oplossing en ideeën aangereikt krijgen. Dit bevordert niet hun gedrevenheid en creativiteit.
15. Het probleem dat je als ‘wereldverbeteraar’ moet omgaan met de kritiek van tegenstanders (bijvoorbeeld via de haatberichten op sociale media) werd gedurende de Reith Lectures door het publiek te berde gebracht. Bregman ging hier niet op in.
16. In 2019 kwam het boek van Rutger Bregman uit: De meeste mensen deugen (Amsterdam De Correspondent). Hij kreeg hier veel kritiek op. Wat hij wilde leek onmogelijk. Hij was te stellig en wilde te nadrukkelijk bewijzen dat mensen van nature goed zijn. Ook al gaf hij toe dat mensen slechte/egoïstische keuzes kunnen maken, ze zijn volgens hem op weg naar meer altruïstisme. Zijn ‘geloof’ in de goedheid van mensen is te bekritiseren, maar zijn boodschap over hoe we anderen moeten benaderen, kan in de praktijk werken. Als we mensen negatief en wantrouwend benaderen, zullen ze ook zo reageren. Onze benadering wordt dan ‘een ‘selffulfilling prophecy’, terwijl een beroep op altruïsme en samenwerking positief kan werken. Dit is echter slechts een mogelijke strategie.
17. Het idee van een ‘menselijke natuur’ is gebaseerd op het zoeken naar de essentie van mensen. In de klassieke oudheid dachten filosofen dat essenties altijd een metafysisch oorsprong hadden en dat was eveneens het geval binnen het Christelijke denken, waarin God de oorsprong van alles vormt. Bregmans overtuiging van de goedheid van de menselijke natuur komt hier dichtbij.
18. Er bestaan twee tegengestelde benaderingen van de oorsprong en werking van kunst. Bij de eerste komt kunst voort uit het talent/genie van de kunstenaar; zij/hij is als enige verantwoordelijk voor de werking van kunst. Bij de tweede komt kunst voort uit de steeds veranderende politieke/culturele omstandigheden, waarin kunstenaar en kunst zijn ingebed. Een kunstenaar kan in een bepaalde tijd iets willen bewerkstelligen, wat de omstandigheden niet toelaten. Een dialectische verhouding, waarin zowel de aanleg van de kunstenaar als de wisselende omstandigheden een rol spelen, lijkt het best met de realiteit van het ontstaan van kunst overeen te komen.
19. De ontwikkeling van ideeën en ideologieën verloopt niet lineair, eerder hebben we hier met een op en neergaande golfbeweging te maken. Voor de 19de eeuw gebeurde dit langzaam, maar door de zich steeds meer uitgebreide en kwalitatief goede communicatiemiddelen bereiken die bewegingen ons sneller dan ooit. Rondgepompt door veel publiciteit, met de bijbehorende herhalingen, worden ze even besmettelijk als de mode. Bregman weet dit en maakt er uitvoerig gebruik van. Zelfs als zijn school zou mislukken, zouden zijn steeds herhaalde en van moraal doortrokken ideeën veranderingen kunnen bewerkstelligen, mede doordat ze bij soortgelijke ideeën van anderen aansluiten.
20. Een voorbeeld van morele veranderingen is de wederopstanding van de deugdethiek in de vijfdelige serie van de NRC over de toepassing van de vier kardinale deugden in de politiek (oktober t/m december 2025). De essays werden geschreven door historicus Beatrice de Graaf (Universiteit Utrecht) en filosoof/theoloog Rik Peels (Vrije Universiteit, Amsterdam). Beiden menen dat het huidige politieke debat gebaat kan zijn bij kennis (en toepassing) van de klassieke deugdethiek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten