zondag 24 oktober 2010

EEN UITWISSELING VAN HUIDEN






Een episode in het oeuvre van Roy Villevoye









Ook in de hedendaagse kunst kom je de huid als thema veel tegen. Een sterk voorbeeld is te vinden binnen het werk van de Amsterdamse kunstenaar Roy Villevoye. Hoe een hagelwit T-shirt, na verre reizen en via verschillende dragers, de gedaante kon aannemen van een magische huid.

Bij het bezoeken van tentoonstellingen kijk ik altijd uit naar vanzelfsprekende kunstwerken die mij bij nadere kennismaking meezuigen in een draaikolk van betekenissen. Zo verging het mij bij het zien van het fotografische beeldverhaal Returning (1992-1997) van Roy Villevoye. Een donkere man kijkt ietwat stuurs in de camera, met een hagelwit T-shirt aan tegen de achtergrond van een dicht bos. Daarnaast een blanke man 'in de houding' met een bruinig, kapot T-shirt aan, tegen een effen rode achtergrond. Zijn gezicht drukt diepe concentratie uit. De volgende twee foto's tonen dezelfde mannen, maar dan op de rug gezien.

Kijkend naar de foto's werd ik al spannende tegenstellingen gewaar: zwart en blank, licht en donker, groen en rood, maar er was meer aan de hand en dat betrof die mannen en die kledingstukken. Het witte T-shirt is een doodgewoon kledingstuk. Dit echter is wel een bijzonder exemplaar, want voor- en achterzijde zijn voorzien van twaalf ronde gaten, omgeven door gekleurde cirkels, makkelijk als vele gradaties huidkleur te herkennen. Dwars door de gaten schemert de donkere huid van de man. Is hij een Aboriginal, een Papoea? Het bruinige T-shirt heeft ook regelmatig geplaatste gaten, waar doorheen de huid van de blanke man oplicht. Dit shirt is gekrompen, vertoont slijtage en uitgescheurde gaten. Toch rijst het vermoeden dat het om hetzelfde kledingstuk gaat: eenmaal nieuw en eenmaal afgedragen. Ben je op het spoor van deze identiteit, dan wordt ook een verbondenheid tussen de beide mannen aannemelijk. Maar wat is 'het verhaal van het T-shirt'?

Allereerst is het goed om te weten dat het hier gaat om een kunstenaar voor wie 'huid', in de context van zijn werk, een vertrouwd begrip is. Al eerder had hij als schilder de moderne primaire kleuren 'vermenselijkt' door er een scala van incarnaten, van bijna wit tot bijna zwart, aan toe te voegen. Zo gebruikte hij in zijn werk met verf gemengde huidkleuren, gefotografeerde huid en dermatologische schmink.

Sinds 1990 onderneemt Roy Villevoye bovendien reizen naar verre landen, daartoe aangespoord door twee verschillende, maar met elkaar verbonden verlangens. Het eerste verlangen heeft ermee te maken dat hij zich al een poos ongemakkelijk voelde met de kunstwereld, waarin Kunstenaar, Kunstwerk en Museum met hoofdletters worden geschreven. Hij was op zoek naar werkelijke situaties, gedeelde ervaringen waarbinnen zijn werk als een gewoon attribuut zou kunnen functioneren. Daarnaast had hij een sterke behoefte om mensen in andere delen van de wereld te ontmoeten. In 1992 reisde hij naar Irian Jaya waar hij na een dagenlange tocht door het regenwoud terecht kwam in het gebied van de Kombai. Hier leven kleine groepjes nomaden die weinig ervaring met andere culturen hebben en hun eigen levenswijze en wereldbeschouwing nog hebben behouden.

Bij antropologen had Roy Villevoye geïnformeerd naar de gebruiken in Irian Jaya. Zo leerde hij dat het fijne, westerse textiel hier zeer gewild is. Niet vanwege de praktische voordelen: kleding is lastig in het regenwoud, met zo'n 'opperhuid' aan blijf je na de veelvuldige buien langer nat. Evenmin gebruiken Papoea's textiel om hun schaamte te bedekken, maar waarschijnlijk om magische krachten naar zich toe te halen. Vooral het integreren van de krachten van de voorouders is belangrijk binnen deze cultuur. Door je te schminken, te versieren of iets aan te trekken, kun je die krachten aan je binden. Westerse kleding, bekend geworden door blanke missionarissen, is ook zeer krachtig en zelfs tweevoudig 'geladen'. Het is de tweede huid van blanken en kan ook verbonden worden met de voorouders die eveneens wit zijn. Op deze wijze krijgt de kleding een plaats binnen de cosmologie van de Papoea's en behoudt het zijn kracht tot op de laatste rafel.

De kunstenaar besloot met huidkleur bewerkte T-shirts naar Irian Jaya mee te nemen en deze bij gelegenheid als geschenk aan te bieden.Toen hij de shirts inderdaad aan twee mannen schonk die hem onderdak hadden verleend, 'moest' hij, tegen zijn oorspronkelijke bedoeling in om zich alleen op het geven te concentreren, dit bijzondere voorval wel registreren. Rustig, alsof het dagelijkse routine was, trokken de mannen deze uitzonderlijke, witte huiden aan en poseerden erin voor de camera. Voor beide partijen had hier een zeer geslaagde ruil plaatsgevonden. De Papoea's verkregen zo extra kracht en de kunstenaar zag zijn werk voor het eerst in een levensechte situatie functioneren.

Naar Amsterdam teruggekeerd, begonnen dit voorval en de daaruit voortgekomen foto's aan belang te winnen. De kunstenaar zag hoe, met het aantrekken van de T-shirts, de mannen hun huid hadden ingepast binnen het scala van de reeds door hem geïnventariseerde huidkleuren. Ook werd de foto van 'die ene man' het symbool voor de wens om naar Kombai terug te keren en die man nogmaals te ontmoeten.

Hoewel hij daarna nog twee maal naar Irian Jaya reisde, lukte het de kunstenaar pas in 1995 om dit afgelegen gebied weer te bezoeken. Hij ontmoette hier mensen die hem naar zijn toenmalige gastheren leidden, maar zoals bleek, was er nog slechts één van hen aanwezig. Degene die de kunstenaar zo graag wilde weerzien, bleek al overleden te zijn. Wel hadden ze iets van hem bewaard: zijn T-shirt, inmiddels veranderd in een donker, in modderwater schoongewassen, vod. Bij het zien van dit T-shirt ontstond er voor de kunstenaar een groot dilemma. Hij besefte dat dit voorwerp voor de Papoea's nog aan kracht had toegenomen en wilde dit respecteren, maar tegelijkertijd kon hij zich er niet van weerhouden om dit zo beladen kledingstuk terug te vragen. Wetende dat men hier altijd voor een goede ruil in is, bood hij een stralend blauw T-shirt met de opdruk AMS/TER/DAM als tegenprestatie aan en de overeenkomst was gauw gesloten. Later liet hij zich, gekleed in het teruggekregen T-shirt, door een fotograaf elders op het eiland portretteren, om nog een keer bij diegene te zijn die in dit kledingstuk had geleefd en het tot op zijn huid had afgedragen.

T-shirt en foto bewaarde de kunstenaar eerst als aandenken; pas na enige tijd trok hij ze binnen de cirkel van zijn oeuvre. Ze werden tot uitgangspunt van enkele werken waarvan Returning het meest pregnante is. Dit werk is een persoonlijk monument dat Roy Villevoye voor zijn gestorven gastheer oprichtte, tegelijkertijd echter toont het de mogelijkheid van contact met mensen uit een geheel andere cultuur. Niet om hen te beheersen, te bekeren of te classificeren, maar door gebruik te maken van de poëtische mogelijkheden van de kunstenaar. Want binnen onze cultuur is hij degene die de werkelijkheid met krachten kan laden. Door de 'uitwisseling van huiden' schonk Roy Villevoye ons een werk dat een echte ontmoeting met de ander symboliseert en het bijna versleten begrip 'broederschap' weer een gevoelde betekenis geeft.

KATALIN HERZOG

Dit artikel werd gepubliceerd in: Kunstschrift 42, 1998, pp.48-51