zaterdag 23 oktober 2010

DE ONTDEKKINGSTOCHT VAN EEN SCHILDER/BEELDHOUWER

Nieuw werk van Marinus Augustijn

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.1

Het recente werk van Marinus Augustijn geeft zich bij de eerste ontmoeting niet makkelijk gewonnen. De in zwarte lijsten gevatte panelen spiegelen nogal en je moet dus voor de werken heen en weer lopen om ze goed te kunnen zien. Heb je de goede positie eenmaal gevonden, dan vraag je je af waar je eigenlijk naar kijkt. Je ziet abstracte werken die geen gewone schilderijen op paneel of doek zijn. De glanzende oppervlakte is een glasplaat, maar hoe is de verf daarop aangebracht en waar gaat het om in deze ‘schilderijen’?

Dergelijke problemen bij het kijken komen voort uit gebruikte techniek en de artistieke houding van de kunstenaar. Hij is geen typische schilder, maar iemand die voortdurend tussen beeldhouwen en schilderen inzit, waarbij hij de echte ruimte en de echte schaduw van de beeldhouwkunst combineert met de visuele illusies van de schilderkunst. Constantin Brancusi en Piet Mondriaan vormen de oorspronkelijke inspiraties, terwijl zijn werk ook aan het Abstract Expressionisme en de Minimal Art verwant is.2

Marinus Augustijn is echter niet bij deze artistieke verwantschappen gebleven. Hij is voortdurend aan het experimenteren om vanuit de abstracte vormen en de primaire kleuren, nieuwe visuele verschijnselen op het spoor te komen. Als een ontdekkingsreiziger waagt hij zich in onbekende gebieden om daar nieuwe werelden te ontdekken. Bij deze bijna wetenschappelijke benadering hoort ook een afstandelijke houding ten opzichte van zijn werk. Hij wil ons dan ook niet zijn eigen ‘zieleroerselen’ tonen, maar is op zoek naar esthetische werkingen als onderdeel van een odyssee naar kennis van en ervaringen in de hem omringende werkelijkheid. Toch is het hem niet genoeg om het nieuwe te bestuderen en te categoriseren, hij bemoeit zich ook met het gevondene en zorgt ervoor dat in zijn werk nieuwe artistieke soorten ontstaan.

De zoektocht die geleid heeft tot het werk van de laatste vier jaren, begon in 2006 met een geschenk. Uit een erfenis kreeg de kunstenaar een dienblad, waarop achter glas de vleugels van blauwe Morpho-vlinders waren aangebracht. Daar omheen zat een zwart geschilderd kader dat als het ware een diep meertje vormde, dieper en zwarter dan bij een gewone verflaag mogelijk is. Zo verkreeg dit zwart een immateriële werking, waardoor de kunstenaar al langer geboeid was. Tijdens zijn afstuderen aan de lerarenopleiding (1980-1981) bracht hij acrylverf aan op een drager en maakte daarna de vellen verf los van de ondergrond, zodat de dunne huid een minimale materialiteit toonde.3 Vanaf 2006 kreeg deze oude fascinatie voor de verborgen eigenschappen van materialen een nieuw impuls, waardoor de eerste achterglas schilderijen ontstonden.

Achterglas schilderen wordt vanaf de 17de eeuw beoefend, meestal binnen de decoratieve volksschilderkunst. Hoewel dit niet was wat Marinus Augustijn wilde, moest hij zich wel aan een aantal principes van deze techniek houden. Het is namelijk het omgekeerde van het schilderen op paneel of doek. Daar breng je lagen verf aan die elkaar min of meer afdekken, waarna het werk kan worden gevernist. Bij achterglas schilderen vormt het glas als het ware die laatste vernislaag, terwijl de eerst aangebrachte verflaag zichtbaar blijft. Alleen als deze doorschijnend is, wordt de kleur door de volgende overschilderingen genuanceerd, wat ook geldt voor de laatste afdeklaag die alle voorgaande lagen diepte verleent.

Uitgaande van deze techniek, ontstonden in 2006 de eerste twee zwart-wit-grijze achterglas schilderijen van een ovale ‘vaas’ op een ‘tafel’.4 De vazen op beide werken zijn dezelfde, maar ze zijn links en rechts uit het midden geplaatst en zo opgesteld dat hun zijkanten op een lijn liggen met de zijkanten van de tafels. Individueel zijn ze asymmetrisch, maar doordat ze gezamenlijk symmetrie vertonen, gaan ze bij elkaar horen. De op het eerste gezicht herkenbare voorwerpen zijn samengesteld uit ovalen, waarvoor de kunstenaar al lange tijd een voorkeur heeft. Ovalen vormen de basis van zowel zijn vroegere houtdrukken, als zijn beeldhouwwerken en recente meubelontwerpen. Visueel heeft een ovaal namelijk karakteristieke kenmerken, terwijl een cirkel alleen een maat heeft.



Afb. 1



Afb. 2

De vazenschilderijen zijn egaal dekkend geschilderd met alkydverf , die ook huisschilders gebruiken, terwijl de vormen afgeplakt zijn. Na het weghalen van de tape, zag de kunstenaar dat de witgeschilderde ovaal op een vel wit papier gelegd, een donkere schaduw langs de rand vertoonde. Vanuit deze ontdekking ontstond in 2006 een reeks werken, waarbij de echte schaduw van de beeldhouwkunst, maar nu toegepast in schilderijen, centraal stond. Uiteindelijk ging het de kunstenaar tegenstaan dat hij vooral met compositie op een plat vlak bezig was. Compositie ziet hij als een specifiek kenmerk van de schilderkunst om de vormen en kleuren sterk naar de hand van de schilder te zetten. Marinus Augustijn wil ons echter tonen wat hij visueel binnen een reeks vorm- en kleurvariaties kan ontdekken, waarna hij het werk aan ons overlaat om te aanschouwen en om zijn ontdekkingen mee te beleven.



Afb. 3

Als zo’n experiment niet voldoende oplevert, kan hij het ook gedecideerd vernietigen of uitwissen om opnieuw te beginnen. In het voorjaar van 2006 maakte hij een onbevredigend werk schoon met terpentine en zette de glasplaat rechtop om de verf eraf te laten druipen. Alkydverf vloeit egaal uit en de afgedropen verflaag liet een prachtige, doorschijnende waas achter die de kunstenaar nieuwe mogelijkheden bood. In september 2006 bracht hij met een kwast een halve boog verdunde verf aan de bovenkant van een glasplaat aan en liet dat naar beneden druipen. Zo ontstond een waas die diepte krijgt door er dekkende, zwarte verf achter aan te brengen.



Afb. 4

Deze transparante verfsluiers brachten het werkproces in een stroomversnelling. Nu zijn er al ‘druipschilderijen’ bekend uit de kunstgeschiedenis. Zo maakten Morris Louis en Kenneth Noland in de jaren zestig doeken, waarop zij verdunde verf in banen naar beneden lieten druipen.5 Maar dergelijke werkingen worden door schilders expliciet ontworpen, terwijl ze bij Marinus Augustijn uit de experimenten als het ware vanzelf tevoorschijn treden. Ze lijken innerlijke wetmatigheden van de verf, veroorzaakt door de moleculaire structuur en de viscositeit, maar ze moeten wel op een speciale manier toegepast worden om in kunstwerken te kunnen functioneren.



Afb. 5



Afb. 6

Eerst accepteerde de kunstenaar de druipsels zoals ze ontstonden, hoogstens bracht hij meerdere tonen verf aan op het glas, zodat er zich bijvoorbeeld een zebramotief aftekende. Al gauw draaide hij het glas met een gedroogd druipsel een kwartslag en liet anders gekleurde lagen erover heen druipen, waardoor meer gelaagde schilderijen ontstonden. Net als bij de druipsels kwam hier een schilderkunstige werking tevoorschijn, namelijk de verticale zip die Barnett Newman in de jaren vijftig toepaste om de kleurbanen in zijn werk van elkaar te scheiden.6 De zips in de achterglas schilderijen kwamen echter spontaan voort uit het experimenteren, want ze ontstonden als kleurranden op de plaats waar zich pigment had opgehoopt na het afdruipen van de verf. Niet de virtuositeit van de schilder of een vooropgezet idee waren er de oorzaak van; de zwaartekracht en de adhesie van de verf hadden de kunstenaar hier een handje geholpen.



Afb. 7

Zo kwamen in 2007 drie schilderijen tot stand die overwegend groen, oranjebruin en paars lijken, maar uit geel met blauwe en rood met blauwe mengsels zijn opgebouwd. Zij werden vertikaal gemaakt en daarna een kwartslag gedraaid, zodat er horizontale composities met ritmische verticale banen ontstonden. Links en rechts worden ze besloten met fel gekleurde zips. De zwarte verf achterop zorgt ervoor dat de kleuren, die door de verschillende lagen prachtig met elkaar gemengd zijn, diepte verkrijgen en dat de kleurcompositie een geheel wordt. Dit wordt nog versterkt door de wijze van presenteren. Terwijl de eerste achterglas schilderijen nog in conventionele lijsten gevat zijn, maakt de kunstenaar vanaf 2007 ondiepe zwarte kistjes van mdf voor zijn werken, waar het glas precies invalt. Zo hebben ze meer lichamelijkheid en vormen ze een echte kruising tussen schilder- en beeldhouwkunst.



Afb. 8

Toen de zips zich eenmaal kenbaar hadden gemaakt, besloot Marinus Augustijn ze bewust op te roepen en bracht randen kit aan of plakte het glas met tape af om het vloeien van de verf te beïnvloeden. Behalve dat er zips ontstonden, bleken de kleursluiers zich door de ‘obstakels’ ook in een veelheid van kleinere banen te scheiden, zodat de over elkaar aangebrachte kleurlagen een prismatisch effect opleverden.



Afb. 9

Hoewel Marinus Augustijn veel toelaat in zijn werk, past hij ook even vaak een systeem toe om de toevallige en al te subjectieve werkingen in te dammen. Op een gegeven moment begonnen de gevoelsmatig gekozen afstanden van de strepen hem te storen en hij bracht de druipsels met een breedte van vijf centimeter aan, totdat hij tien eenheden kreeg of telkens vijf centimeter bij een baan optelde, zodat de gehele breedte van het werk vijftig centimeter bedroeg. Toch heeft de visuele werking hier de overhand, want als een schilderij met kleurbanen hem niet bevalt, wijkt de kunstenaar van het systeem af of zet de glassnijder in de plaat.



Afb. 10

In deze werken uit 2007 is de kleur diep, maar ook zeer gemengd wat de kunstenaar begon te storen; hij wilde zich weer op de zuiverheid van kleuren richten. Daarom voerde hij in 2008 een experiment uit op aparte glasplaatjes. Ieder plaatje heeft drie kleurlagen. Er zijn er drie met drie dezelfde lagen: drie maal rood, drie maal blauw en drie maal geel. De overige twaalf plaatjes vormen overgangen tussen deze primaire kleuren, waardoor er een soort regenboog ontstaat. Sinds kort zit deze kleurwaaier in een houten doos, alsof het een monsterkast van een handelsreiziger is of in een laboratorium thuishoort.



Afb. 11

Ondertussen had de kunstenaar geprobeerd om de verf sneller te laten drogen door glasplaten op de radiator te leggen. Van de gebieden waar het glas warm werd, trok de verf weg naar koelere plaatsen, zodat er een patroon tevoorschijn kwam dat de vormen van de radiator volgde. Toen hij dit experiment in 2007 uitvoerde, had Marinus Augustijn er geen idee van welke mogelijkheden erin scholen, maar hij wilde meer greep op dit proces krijgen. Daarvoor bevestigde hij vier houten stokjes van twintig centimeter op een plaat en zette hier een waxinelichtje tussen. Toen hij op dit komfoortje een glasplaat met verdunde verf verhitte, werd er een ovale opening zichtbaar. Het duurt ongeveer een kwartier, voordat zo’n vorm zich bestendigt, want als de warmtebron weggehaald wordt, voordat de verf genoeg gedroogd is, vloeit het weer terug. Bovendien brandt een waxinelichtje niet egaal, zodat er zich verschillende randjes om de centrale vorm vormen, waardoor deze meer ruimtelijk wordt.



Afb. 12



Afb. 13

Na deze eerste, blauwe ovaal wilde de kunstenaar proberen om de opening groter te maken. Daarom zette hij een cirkel van acht waxinelichtjes in een kring om het midden. Zo’n glasplaatje wordt zeer warm en trekt op den duur hol, waardoor de verf steeds naar het midden terugvloeit. Daarom verschoof de kunstenaar de waxinelichtjes steeds om het proces door te laten gaan. Zo ontstond in 2009 het eerste werk in de reeks Species for Darwin in zwart met een witte achtergrond. De titel werd geformuleerd in het Darwinjaar en kwam van pas, aangezien deze werken dicht bij natuurvormen komen. Er is echter nog een connectie met Charles Darwin. Net als deze ‘naturalist’ voelt Marinus Augustijn zich een ontdekker van wat in de werkelijkheid verscholen ligt .



Afb. 14

Van deze ‘achtvoeters’ maakte hij een reeks van vier, waarbij zich weer een nieuwe ontdekking voordeed. In plaats van hol, trok een glasplaat op een gegeven moment bol, zodat de verf naar de randen wegvloeide. Om de reeks te vervolgen, experimenteerde de kunstenaar net zolang totdat hij de bolling van de glasplaat met opzet kon bewerkstelligen. Na deze serie ontstonden nog een aantal werken waar, naast een waxinelichtje, ook een föhn werd gebruikt om visuele werkingen op te roepen. Hierdoor kwamen ronde vormen met verschillende randen tot stand in blauw, geel en rood, nu weer met een zwarte achtergrond. Zij doen aan verschijnselen in de kosmos denken, waardoor de kunstenaar al langer geboeid is.



Afb. 15



Afb. 16

Hiermee besloot Marinus Augustijn voorlopig deze reeks uitvindingen. Er zijn nu verschillende terreinen verkend, waarvan nog lang niet alle mogelijkheden benut zijn. Omdat ze zich echter zo overvloedig opdringen, zal er een nieuwe ontdekkingstocht moeten volgen, waarin ze verder uitgewerkt kunnen worden.

Nu al staat echter vast dat met de achterglas schilderijen enkele constanten in dit denken en oeuvre duidelijk op de voorgrond zijn getreden. Marinus Augustijn wil ons met zijn werk niet in de eerste plaats ontroeren. Hij wil niet zijn eigen emoties tonen, maar laten zien wat er allemaal in de wereld van de kunst mogelijk is, als je experimenteert met de eigenschappen van materialen en de natuurkrachten voor je laat werken. Zo gebruikte hij in zijn druipschilderijen onder andere de zwaartekracht en in de Species for Darwin het verwarmen en afkoelen van materie. Maar hij is geen wetenschapper die experimenteert om deze krachten te leren kennen. Zijn methodes en keuzes komen voort uit esthetische overwegingen en uit voorselecties die hij gedurende zijn kunstenaarschap gedaan heeft. De meest basale daarvan zijn primaire kleuren en geometrische vormen met een grote voorkeur voor de ellips. Deze voorselecties zijn in zijn geheugen opgeslagen en zorgen zowel voor de uitgangspunten van zijn experimenten als voor de herkenning van zijn voorkeuren, als deze binnen het werkproces opduiken. Dan kunnen de resultaten van de exprerimneten aanleidingen vormen voor werken die binnen het oeuvre geaccepteerd kunnen worden.

Omdat deze ontdekkingstocht, met behulp van enige informatie over de artistieke houding van de kunstenaar, in het werk navolgbaar is, kunnen beschouwers van de spannende uitkomsten genieten. En dit genieten is niet alleen een meevoelen met de gelukte experimenten. De druipschilderijen zijn bijvoorbeeld mede door de achterglas techniek vaak mysterieus en de vormen van de Species for Darwin doen zozeer aan basale matuurvormen denken dat het werk beschouwers diep kan raken.

Marinus Augustijn is een kunstenaar die enige overeenkomsten vertoont met een natuurwetenschapper: hij experimenteert, wil kennis en ervaring vergaren en gebruikt natuurkrachten in zijn werk. Maar het gaat hem om een esthetische zoektocht in de werkelijkheid die tot beeldende kunst leidt en niet om academische kennis. Daardoor resulteren zijn uitvindingen in een persoonlijke beeldwereld die ons informeert over het ontstaan van visuele werkingen en ons ontroert door de rijkdom aan esthetische mogelijkheden. 8

Noten:

1. K. P. Kavafis, ‘Ithaka’, 1910. Uit het Grieks vertaald door H. Warren en M. Molengraaf, Gedichten, Amsterdam 1991, p. 25. In dit gedicht herkent de kunstenaar zijn artistieke houding, waarin het meer om de avontuurlijke reis dan om de eindbestemming gaat.
2. In 1969 zag de kunstenaar een overzichtstentoonstelling van Constantin Brancusi in het Haags Gemeentemuseum. Hij vond het prachtig en besloot op twaalf jarige leeftijd om beeldhouwer te worden. In hetzelfde museum bekeek hij vaak werken van Piet Mondriaan.
3. Marinus Augustijn studeerde in 1981 af aan de lerarenopleiding tekenen/handenarbeid van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden.
4. De vaasvormen komen voort uit het beeldhouwwerk van de kunstenaar gedurende de jaren 2000-2004.
5. Dergelijke experimenten werden binnen het Abstract Expressionisme uitgevoerd om de eigenheid van de schilderkunst te benadrukken en om de menselijke vrijheid te symboliseren.
6. De zips hadden bij Barnett Newman behalve een compositorische ook een inhoudelijke functie. Zij grensden niet alleen de kleurvlakken af, maar openden ook de kleurruimte waar de beschouwer als het ware in werd getrokken.
7. Vanaf zijn jeugd is de kunstenaar gefascineerd door de ruimtevaart als een mogelijkheid tot extreme vrijheid. In zijn eerdere beeldhouwwerken gebruikte hij titels als Corona en Eclips, waarin zijn kosmische interesse blijkt.
8. Veel informatie die in dit artikel is verwerkt, komt uit een gesprek tussen schrijver dezes en Marinus Augustijn op 13 juli 2010.

Afbeeldingen:

1. Z.T., 2003, 40 x 37 cm., hout, alcyd, koper.
2. Z.T., 2006, 2 x 80 x80 cm., glas, alcyd, hout.
3. Z.T., 2006, 70 x 70 cm., glas, alcyd, hout.
4. Z.T., 2007, 75 x 50 cm., glas, alcyd, hout.
5. Z.T., 2007, 30 x 20 cm., glas, alcyd, hout.
6. Z.T., 2007, 30 x 44,5 cm., glas, alcyd, hout.
7. Z.T., 2007, 72 x 40 cm., glas, alcyd, hout.
8. Z.T., 2007, 50 x 75 cm., glas, alcyd, hout.
9. Z.T., 2008, 50 x 75 cm., glas, alcyd, hout.
10. Z.T., 2007, 88 x60 cm., glas, alcyd, hout.
11. Z.T., 2008-2010, 15 x 40 x 10 cm., glas, alcyd in houten doos 48 x 48 x 10 cm.
12. Z.T., 2007, 30 x 21 cm., glas, alcyd, hout.
13. Z.T., 2007, 27 x 27 cm., glas, alcyd, hout.
14. Species for Darwin, 2009, 50 x 50 cm., glas, alcyd, hout.
15. Species for Darwin, 2009, 50 x 50 cm., glas, alcyd, hout.
16. Z.T., 2009, 40 x 40 cm., glas, alcyd, hout.

KATALIN HERZOG

Dit artikel werd geschreven voor de website van Marinus Augustijn: www.marinusaugustijn.com