vrijdag 2 maart 2018

HET PRONKSTUK VAN NEDERLAND





Sinds eind januari weten Wij wie we zijn, wat ons bindt en waar we trots op zijn. Wij staat hier voor Ons, Nederlanders, die één object uit
Onze Geschiedenis hebben verkozen om trots op te zijn.

De hoofdletters zijn hier irritant, maar onthullen al iets over het televisieprogramma Het pronkstuk van Nederland. De verkiezing werd op 15 december 2017 'afgetrapt' door Jort Kelder die het publiek anderhalve maand lang ervan op de hoogte hield hoe de objecten en hun 'ambassadeurs' naar de 'titel' streefden en hoe men kon stemmen. In een mengsel van missverkiezing en spelshow probeerden BN-ers ons ervan te overtuigen dat 'hun object' het pronkstuk was. Nu wordt onder pronkstuk meestal een fraai en kostbaar kunstvoorwerp verstaan, maar men
interpreteerde de term breed. Uiteindelijk waren er drie kandidaten: het Plakkaat van Verlatinghe, de microscoop van Van Leeuwenhoek en de Nachtwacht van Rembrandt.

In de finale pleitten drie hoogleraren voor de kandidaat-objecten, waarbij vooral Herman Pleij opviel die zich vaak als profeet van de Nederlandse identiteit opwerpt. Zo liet hij weten dat de Nederlandse 'volksaard' pragmatisch is. Nederlanders pronken niet met iets bijzonders; ze houden van eenvoudig, rechtlijnig en knullig. Hij was de grote verdediger van het Plakkaat dat hij uitlegde als een greep naar de macht, toen burgers besloten de tirannieke vorst Filips II af te zetten en daarna een republiek te stichten. En dat in de 16de eeuw, terwijl de Fransen daar nog twee eeuwen over deden. We kunnen terecht trots zijn op het Plakkaat, de geboorteakte van Nederland.

Dit hakte erin. Hoe de ambassadeurs ook hun best deden, vooral voor de Nachtwacht, een echt pronkstuk, het mocht niet baten. Dit was mede te danken aan Erik Scherder die via de hersenwetenschappen liet zien dat de vrijheid, die het Plakkaat mogelijk maakte, heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van onze hersenen. Studies tonen volgens hem aan dat bij onderdrukte mensen hersenfuncties als geheugen en creativiteit zich niet goed ontwikkelen.

Geen wonder dat het Plakkaat de meeste stemmen kreeg, niet als bijzonder voorwerp, het is maar een papieren akte, maar als ideologisch symbool voor de voortreffelijkheid van huidige Nederlanders. Hoe is dit mogelijk? Is het publiek voor de mooie praatjes van de hooggeleerden gevallen of zitten hier meer addertjes onder het gras?

In de NRC schreef Marc Reynebeau een artikel waarin hij uitlegt dat het Plakkaat een opvolger is van middeleeuwse documenten waarin lokale overheden en een vorst hun beider plichten vastlegden. Als de vorst zijn plichten verzaakte, mocht de overeenkomst ontbonden worden. Zoiets voltrok zich in de noordelijke Nederlanden, in de 16de eeuw en het was een wanhoopsdaad van notabelen om aan de almacht van Filips te ontkomen. Zij zochten naar een betere vorst en toen dat niet lukte, stichtten zij als noodmaatregel een republiek.

Het Plakkaat is dus niet zo heroïsch als de hooggeleerden deden voorkomen, het luidde geen moderne revolutie in en het ging niet uit van het 'Nederlandse volk'. Bij de verkiezing van het Plakkaat is volgens Reynebeau sprake van een steeds heftiger wordend nationalisme waarin uitgaande van hedendaagse behoeftes een nationale identiteit wordt geconstrueerd uit een fictief verleden. Werd hier een cultuurprogramma gekaapt door een ideologie of was het uitgangspunt al zodanig?

Hoe die ideologie tot stand kwam, behandelt Merijn Oudenampsen in zijn recente proefschrift. In de Nederlandse politiek van de jaren negentig begonnen conservatieve denkers terrein te winnen en zich tegen het linkse denken te verzetten. Omdat echter linkse waarden, zoals vrijheid en zelfbeschikking al diep in de Nederlandse cultuur waren verankerd, eigenden de conservatieven zich deze toe en gingen ze als typisch Nederlands bestempelen. Zo werden dergelijke waarden onderdeel van de nu alom gezochte nationale identiteit.

Deze geconstrueerde identiteit werd in het televisieprogramma nog luister bijgezet door de hersenwetenschappen om te verklaren waarom Nederlanders nu zo vrij, moedig en creatief zijn! Waarom heeft niemand Scherder uitgedaagd om zijn stellingen kritisch te toetsen? Als de hersenen van onderdrukte mensen zo slecht ontwikkeld zijn, hoe konden de schrijvers van het Plakkaat, eveneens onderdrukt, zo'n 'origineel' document opstellen? Kennelijk behoort kritisch denken niet tot de hersenfuncties die we aan onze voorouders te danken hebben. Anders was niemand in deze fabels over onze nationale identiteit gestonken.

Katalin Herzog

Deze column werd gepubliceerd in de KunstKrant, 22ste Jg. nr. 2. maart/april 2018, p. 11.