donderdag 3 september 2015

INTERCULTUREEL


Ooit als docent en student begonnen en al meer dan een kwart eeuw vriendinnen, hebben wij, Katalin Herzog en Anita Brus, een gezamenlijke interesse in ‘interculturaliteit’. Wij praten daar vaak over en hebben er nu ook columns over geschreven. Export/Import van Waarden en “Lost in transnation” sluiten op elkaar aan, maar tonen eveneens de verschillende accenten in onze belangstelling en onze verschillende schrijfstijlen. Eens kijken of we deze samenwerking kunnen voortzetten.



EXPORT/IMPORT VAN WAARDEN

Je hoeft niet naar verre oorden om een goede vakantie te hebben; je kunt ook thuis blijven. Weliswaar is het komkommertijd op de tv, maar er worden nu programma’s uitgezonden die niet per se populair hoeven te zijn.

Zo verscheen Ahmed Aboutaleb als verrassende Zomergast bij de VPRO. De burgemeester van Rotterdam heeft eerbiedwaardige, grijze haren, maar binnen deze middelbare man brandt het vuur van een jongeling. Dat hij wilde leren, wist hij al in Marokko en eenmaal in Nederland heeft hij dan ook van alles uitgeprobeerd. Maar nu weet hij wat hij wil: vrede, rechtvaardigheid en menselijkheid voor allen. Zie hier de goede Moslim, aan wiens bestaan wij zijn gaan twijfelen.

Hij is niet bang om te zeggen waarin hij gelooft. Hij is geen ijdeltuit, is niet sentimenteel en niet cynisch. Eigenlijk lijkt hij niet in deze tijd te passen. Terwijl de IS-barbaren voor de poorten staan, blijven sommige westerlingen zich in overvloed wentelen of nemen ze cynisch afstand van hun cultuur. En daar komt Aboutaleb met een combinatie van westerse Verlichtingsidealen, islamitische deugdzaamheid en liefde voor kunst. Is hij een uitzondering die de regel van het islamitische gevaar bevestigt? Of is hij een voorbode van een toekomstige verzoening van culturen?

Aboutaleb is niet doorsnee, maar ook niet alleen. In de mode verpersoonlijkt Ozwald Boateng een soortgelijke verzoening, zoals in de film A Man’s Story te zien was. Boateng is een Ashanti uit Ghana die in Londen geboren is. Als ‘Engelse gentleman’ droeg zijn vader mooie pakken die op de zoon een onuitwisbare indruk maakten. Opgroeiend, voelde Boateng zich een buitenbeentje en hij besefte dat hij moest uitblinken, wilde hij gerespecteerd worden. Hij leerde pakken maken en bekwaamde zich in de mode. Uiteindelijk opende hij een winkel op Savile Row, waar de traditionele, Engelse kleermakerij in het slop was geraakt. Maar sinds Boateng daar zijn museale winkel heeft, wil elke welgestelde man weer een maatpak, al of niet in felle, Afrikaanse kleuren.

Boateng kent zijn culturele wortels vooral uit verhalen en heeft, nog meer dan Aboutaleb, westerse waarden geïnternaliseerd, maar nu op het gebied van de kunst. Hij voelt zich een genie en worstelt met zijn creativiteit. Maar deze ‘romantische kunstenaar’ is tegelijk een prachtig uitgedoste Ashanti-prins die in de westerse wildernis op jacht gaat naar goud en roem.

Waarom vinden wij dergelijke mensen toch zo aantrekkelijk? Om deze vraag te kunnen beantwoorden heb ik hierboven opzettelijk westers en primitivistisch georiënteerde taal gebruikt. Sinds hun confrontatie met de islam en de ontdekking van nieuwe werelddelen hebben Europeanen zowel fascinatie als afschuw gevoeld voor uiterlijk, geloof en gewoonten van ‘vreemde volkeren’. Zij bevochten de islam, koloniseerden gebieden in Azië, Amerika en Afrika, stalen kostbaarheden en grondstoffen, maakten mensen tot slaven, kerstenden hen en legden hen de ‘westerse beschaving’ op. Dat andere volkeren al een eigen beschaving hadden, konden zij niet bevatten en ze trachtten hun idealen over de wereld te verbreiden. Tegelijk echter projecteerden zij de ‘onschuld’ die het westen verloren had op de ‘edele wilden’, terwijl ‘oriëntaalse’ en ‘primitieve’ beelden voor vernieuwing van de decadente, westerse kunst moesten zorgen.

Hoewel de koloniale tijd voorbij is, bleef het westen zijn waarden, wetenschap, industrie, goederen en kunst over de wereld verbreiden, met als gevolg dat het nu commercieel en cultureel zijn hegemonie aan het verliezen is. Ondertussen zijn wij/westerlingen bewust geworden van onze waarden en neigen ernaar om ze cynisch opzij te schuiven. En dan zijn er mensen als Aboutaleb en Boateng die sommige van deze waarden, weliswaar gemodificeerd, tot leidraad van hun leven maken en daarmee succes hebben. Zijn wij nog steeds oriëntalisten en primitivisten en onttrekken wij aan hen slechts datgene wat wij nodig hebben, ook al importeren wij daarmee onze eerst geëxporteerde waarden? Of hebben wij hier met de voorboden van een globale cultuur te maken waarin, alweer heel idealistisch, het beste van de wereld zal uitkristalliseren?

Zolang wij potentiële Aboutalebs en Boatengs, samen met vele anderen, in de Middellandse zee laten verdrinken, zal dat niet lukken. Maar ik behoor niet tot de cynici en hoop minstens op wereldvrede.

KATALIN HERZOG

Deze column werd gepubliceerd in KunstKrant, 19de jaargang, nr. 5, p. 9

.................................................................................................................


"LOST IN TRANSNATION"

Over de 'Afropolitans' als nieuwe, Afrikaanse wereldburgers.

"We are Afropolitans: not citizens, but Africans of the world", schrijft de uit Engeland afkomstige Ghanees-Nigeriaans schrijfster Taiye Selasi in 2005 in haar essay 'Bye-bye Babar (Or: What is an Afropolitan?)'. Hierin rekent zij af met het idee van de Afrikaan die zijn geluk komt zoeken in de westerse wereld waar hij wordt beoordeeld op zijn Afrikaanse afkomst. Volgens Selasi laten de 'Afropolitans' zich niet op hun huidskleur, hun nationaliteit of cultuur vastpinnen, want zij zijn "ethnic mixes" en "cultural mutts" met een Amerikaans accent, Europese voorkeuren en Afrikaanse ethiek. In onze geglobaliseerde wereld zou de Afrikaanse herkomst van deze wereldburgers er niet meer toe doen. Maar is dat ook werkelijk zo en wat kunnen wij van deze 'Afropolitans' verwachten?

De Brits-Ghanese modeontwerper Ozwald Boateng lijkt bij uitstek een 'Afropolitan'. Hij woont in Londen, wordt in de internationale modewereld als gevierde ontwerper gezien en reist de aarde rond met zijn spectaculaire modeshows. De door hem ontworpen herenkostuums zijn uitgevoerd in een van oorsprong perfect westerse snit, waarmee Boateng niet een ‘kunstenaar’ lijkt die zich in de eerste plaats laat leiden door zijn Afrikaanse roots. Toch is het de vraag of Boateng ontkomt aan de ‘westerse blik’. Volgens de Pakistaanse kunstenaar/schrijver Rasheed Araeen gaat het daarbij om het verwachtingspatroon, dat (van oorsprong) niet westerse kunstenaars altijd iets van hun 'oorspronkelijke cultuur' moeten laten doorklinken in hun werk om in de nieuwe, globale cultuur te mogen meedoen. Ook is het de vraag of Boateng zelf niet meewerkt aan dergelijke verwachtingen, als hij zichzelf in prestigieuze modebladen laat fotograferen, gehuld in zijn eigen felgekleurde, glanzende pakken. De felgekleurde groene of oranje stoffen steken prachtig af tegen zijn donkere huidskleur, waardoor zijn ontwerpen (in westerse ogen) een Afrikaans, 'exotisch' tintje krijgen. Gebruikt Boateng misschien zijn Afrikaanse identiteit en is Taiye Salasi's "funny blend of London fashion, New York jargon and African ethics" toch minder 'funny' en onschuldig dan haar formulering doet vermoeden?

In een documentaire die over hem gemaakt is besluit Boateng om met zijn modeshow naar Ghana te reizen. We zien dat zijn succes daar beperkt blijft tot een kleine elite van politici en hun families die minder geïnteresseerd lijken in zijn mode dan in de prestige die zij ontlenen aan het bezoek van de show. Een chique kledingzaak, zoals hij die in Londen heeft, zal Boateng in de Ghanese hoofdstad Accra waarschijnlijk niet van de grond krijgen, waardoor de ontwerper in Ghana toch iets minder een 'African of the world' is dan in Europa. De kritiek op 'Afropolitanism' is dan ook dat het idee vooral van toepassing is op rijke, Afrikaanse immigranten die succesvol zijn in wereldsteden als Londen, Parijs en New York. Selasi heeft het in haar essay over de kinderen van dokters, bankiers en ingenieurs, "branching into fields like media, music, venture capital and design". In de westerse wereld is dat een specifieke categorie jonge nakomelingen van Afrikaanse immigranten, waarbij Selasi nog wel de kanttekening maakt dat deze "baby-Afropolitans" zich ook tussen verschillende werelden kunnen verliezen: “They can get lost transnation".

Selasi's houding - die zij samenvat, als "aren't-we-the-coolest-damn-people-on-earth" - valt volgens mij echter te verkiezen boven het beeld dat men nu vaak heeft van de ‘zielige’ Afrikaanse immigranten. Afrikaanse bootvluchtelingen bijvoorbeeld zijn niet alleen maar slachtoffers. Tussen deze immigranten bevinden zich ook potentiële Boatengs met talenten die zij in Europa kunnen ontwikkelen en die zij in de toekomst wellicht ook in Afrika kunnen laten gelden. Afropolitans die volgens Selasi aanvankelijk tussen verschillende culturen verdwaald konden raken, kunnen in de toekomst hun weg terugvinden in Afrika. Ozwald Boateng is dat nog niet gelukt, maar hij heeft het in ieder geval geprobeerd.

ANITA BRUS

Deze column werd gepubliceerd in: http://www.frontaalnaakt.nl/archives/afropolitans.html